Waarom Westerse wereldleiders weer met Maduro willen praten

0
19

Een doorbraak in Venezuela. Na meer dan een jaar stilstand zitten de oppositie en het regime van president Nicolás Maduro weer met elkaar om tafel. Het zal onder meer gaan over het organiseren van nieuwe presidentsverkiezingen en een groot humanitair hulppakket voor het noodlijdende land.

Maduro was jarenlang een internationale paria. Niet zo gek, want onder zijn bewind kwam Venezuela terecht in een diepe economische en politieke crisis, met miljoenen vluchtelingen tot gevolg. Maar het tij lijkt te keren.

In mei schafte de VS een aantal sancties tegen het land af. En op de klimaattop in Egypte lieten belangrijke wereldleiders als de Franse president Emmanuel Macron en de Portugese premier António Costa zich weer voorzichtig zien met Maduro. Wat is er aan de hand?

Even terug naar het begin. Onder het regime van president Maduro zucht Venezuela al jaren onder een economische en humanitaire crisis. De helft van de Venezolanen leeft in armoede, blijkt uit recente studies. En er zijn regelmatig voedsel- en medicijntekorten.

Daarnaast krijgt Maduro internationaal veel kritiek OP voor zijn autoritaire manier van leidinggeven. Die kwam bijvoorbeeld tot uiting bij de presidentsverkiezingen van 2018. Een deel van de oppositie boycotte die verkiezingen, omdat ze vonden dat het electorale systeem oneerlijk in elkaar zat. De meeste internationale waarnemers gaven ze daarin gelijk. Het onvermijdelijke gebeurde: Maduro kreeg de meerderheid van de stemmen en verklaarde zichzelf tot winnaar.

Enkele dagen later riep oppositieleider Juan Guaidó zichzelf uit tot interim-president van Venezuela. Volgens hem waren de verkiezingen niet geldig, waardoor de voorzitter van het parlement – Guaidó zelf – de presidentiële taken waar zou moeten nemen. Meer dan vijftig landen erkenden Guaidó als legitieme machthebber, waaronder Nederland en de Verenigde Staten. Maar Maduro hield zijn poot stijf en bleef feitelijk de macht uitoefenen.

Migranten

De VS en de Europese Unie voeren al jaren een streng sanctiebeleid tegen Venezuela, wat de economische situatie nog nijpender maakt. Dat draagt bij aan de toch al ongekende uittocht die in het land gaande is: bijna 7 miljoen Venezolanen zijn het land inmiddels ontvlucht. Naar buurland Colombia, naar de Verenigde Staten. En naar Spanje, dat in Europa het grootste aantal Venezolaanse migranten opvangt. Madrid staat inmiddels bekend als ‘klein Venezuela’.

Ook al missen de Venezolanen in Madrid hun vaderland, aan teruggaan denken ze nog niet:

Allemaal redenen waarom Venezuela en het Westen op zijn zachtst gezegd niet de beste vrienden zijn. Maar Venezuela heeft iets wat vooral Europese landen sinds de oorlog in Oekraïne acuut nodig hebben: grote hoeveelheden fossiele brandstoffen. Het land heeft de grootste oliereserves ter wereld en, na de VS, de grootste gasreserves op het Amerikaanse continent.

Maduro is zich daarvan bewust. “Venezuela is er klaar voor om zijn rol te vervullen en de energiemarkt te voorzien van de olie en het gas dat de wereldeconomie nodig heeft op een stabiele en veilige manier”, zei hij in september op de 62e verjaardag van de OPEC, de club van olie-exporterende landen.

Hij hoopt op minder sancties in ruil voor energiedeals. Maar het Westen wil dat het regime ook om tafel gaat met de oppositie om eerlijke verkiezingen te organiseren.

Gevaar of juist een kans?

Gevluchte oppositieleden en andere critici van het regime in Madrid zijn verdeeld over de vraag of er weer met Maduro gepraat moet worden. “Het wordt het zoveelste gesprek, en tot dusver mocht het niet baten”, zegt Miguel Henrique Otero, hoofdredacteur van de Venezolaanse krant El Nacional. Hij moest zijn krant in Venezuela noodgedwongen opdoeken en runt die nu vanuit Spanje.

“Ik geloof niet dat Maduro de persvrijheid laat terugkeren en de politieke gevangenen zal vrijlaten”, zegt hij. “Dat zijn voorwaarden voor eerlijke verkiezingen. De conclusie is dat we weer teleurgesteld gaan worden en dat de verkiezingen in 2024 weer een corrupte verkiezing wordt die Maduro gaat winnen.”

De voormalige Venezolaanse energieminister Humberto Calderón Berti ziet de zoektocht van het Westen naar nieuwe brandstofleveranciers juist als een kans om het politieke proces open te breken. “Met een andere regering zou Venezuela een betrouwbare leverancier van olie en gas kunnen zijn voor de internationale markt, zoals we vijftig jaar lang waren”, zegt hij.

Slechte staat

Zakendoen met Venezuela is niet zonder consequenties. Zo zal er een nieuwe stroom oliedollars richting het regime van Maduro stromen. En het is de vraag of het eigenlijk wel mogelijk is om echt veilige en eerlijke verkiezingen te houden in een land dat al meer dan twee decennia in de greep wordt gehouden door dezelfde machthebbers.

Bovendien is het nog maar de vraag hoeveel olie en gas het land op korte termijn uit de bodem kan halen. Door wanbeleid, corruptie en internationale sancties is de energie-industrie in Venezuela er slecht aan toe. Rond de eeuwwisseling werden er nog meer dan drie miljoen vaten olie per dag uit de grond gehaald, maar dat zijn er nu nog maar 700 duizend.

Het Westen wil dat internationale energiebedrijven de productie in Venezuela op pijl krijgen. Venezuela moet zo op termijn weer een belangrijke energieleverancier worden. Maar dat kan echt nog jaren duren.

Bron: nos.nl