Waarom Russische spionnen jarenlang in Nederland mochten rondlopen

0
50

De zeventien Russische inlichtingenofficieren die Nederland eind maart uitzette, hielden zich onder andere bezig met het versleutelen van geheime berichten, contraspionage en het verzamelen van technologie voor het Russische leger. Dat bleek eerder vandaag uit onderzoek van de NOS en Nieuwsuur.

Wisten de Nederlandse diensten wat deze mannen deden? En waarom werden ze niet veel eerder ons land uitgezet? Hieronder het verhaal over de complexe relatie tussen Nederlandse geheime diensten en Russische spionnen.

Er ligt een dunne laag sneeuw in Den Haag als viceconsul Roman Nefedov begin april het verhuisbusje voor zijn appartement vollaadt. Met zijn vrouw en twee kleine kinderen gaat hij terug naar Moskou. Een paar dagen eerder kreeg hij te horen dat hij niet meer welkom is in Nederland.

Volgens de Nederlandse geheime diensten werkt Nefedov namelijk voor de zogenoemde KR-lijn van de Russische buitenlandse inlichtingendienst SVR. Dat is de afdeling die zich bezighoudt met contraspionage. Nefedov verzamelt informatie over Nederlandse en andere buitenlandse diensten en probeert daar bronnen te verwerven. Maar hij houdt ook landgenoten in de gaten: zijn collega’s, om zeker te weten dat ze niet overlopen, en enkele andere Russen in Nederland.

Zijn werk op het statige consulaat is vooral een dekmantel. Dat Nefedov bij de visumdienst werkt komt goed uit. Hij krijgt op die manier alle visumaanvragen te zien en kan zo goed in de gaten houden wie naar Rusland wil reizen.

Hij is de enige spion op het consulaat. De meeste van zijn collega’s werken iets verderop op het grote Russische ambassadeterrein. Behalve de ambassade, woongebouwen, een school en een tennisbaan, staat hier ook de witte villa van de SVR en militaire inlichtingendienst GRU.

Van de spionnen die hier werken wordt verwacht dat ze mensen zoeken en benaderen die werken bij het ministerie van Buitenlandse Zaken, Defensie, universiteiten of het bedrijfsleven – om zo aan vertrouwelijke informatie te komen.

De informatie die wordt verzameld komt terecht bij twee collega’s die fulltime werken in de referentura van de SVR: de beveiligde kamer in de witte villa waar de informatie met encryptie-apparatuur wordt versleuteld en naar het hoofdkwartier in Moskou gestuurd.

Voor alle collega’s geldt dat ze geacht worden privé nauwelijks contact te hebben met Nederlanders. Maar voor deze gevoelige functie bestaat een nog strikter regime: zonder begeleiding mogen ze het ambassadeterrein niet verlaten, uit angst dat ze zullen overlopen.

Uitzetten geen optie

Het is de Nederlandse inlichtingendiensten al jaren een doorn in het oog: de Russische official covers – spionnen die dankzij hun diplomatieke visum zich vrij in Nederland kunnen bewegen. Maar het uitzetten van Nefedov en zijn collega’s is voor het ministerie van Buitenlandse Zaken tot dan toe geen optie. Als Nederland zo’n spion zou uitzetten, doet Moskou naar verwachting onmiddellijk hetzelfde met een Nederlandse diplomaat. Die prijs is te groot voor de Nederlandse ambassade in Rusland, die dan nauwelijks diplomaten zou overhouden.

En dus zit er voor de Nederlandse veiligheidsdiensten AIVD en MIVD niets anders op de inlichtingenofficieren van de SVR en GRU zo goed mogelijk proberen te volgen en hun spionageactiviteiten te verstoren.

Dat valt nog niet mee, want geen enkel ander land heeft zoveel spionnen die op ambassades werken als Rusland. Het zijn er zeker twintig, verspreid over meerdere locaties in Den Haag en Amsterdam. Zó veel, dat de contraspionage-teams van de Nederlandse diensten hen onmogelijk fulltime in de gaten kunnen houden. En dus worden zoveel mogelijk gps-trackers ingezet en telefoongesprekken afgeluisterd.

Het is een spel tussen Russische en westerse diensten dat al sinds de Koude Oorlog wordt gespeeld. Toen Nefedov twee jaar geleden zijn diplomatieke visum aanvroeg, wisten de AIVD en MIVD al dat er een nieuwe spion naar Nederland kwam. Maar de lat om een Rus de toegang te ontzeggen, ligt hoog.

Alleen als iemand bij buitenlandse diensten bekendstaat als een spion met uitzonderlijke kwaliteiten, of in een ander land al eens is uitgezet, wordt hij op advies van de diensten door het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken geweigerd. Dat gebeurt gemiddeld eens per jaar, meestal als gevolg van een waarschuwing door een buitenlandse zusterdienst. In alle andere gevallen landt de spion gewoon op Schiphol, en kan het volgen en afluisteren beginnen.

Afwijkende routine

Dat viceconsul Nefedov feitelijk een spion is, kunnen de Nederlandse diensten net als bij de andere inlichtingenofficieren vrij makkelijk vaststellen. Een deel van zijn tijd doet hij activiteiten die passen bij zijn functie als viceconsul. Maar verder wijkt zijn dagelijkse routine af van dat van zijn collega’s op het consulaat.

Ook zijn cv is anders; hij heeft niet gestudeerd aan de diplomatieke academie in Moskou zoals de meeste van zijn collega’s. Bovendien zitten official covers doorgaans op een vast ‘slot’: zo worden de posities van viceconsul en eerste secretaris standaard ingevuld door de SVR. Vier attachés op de handelsvertegenwoordiging in Amsterdam zijn GRU-officieren.

De buurman van Nefedov vond zijn gedrag al verdacht:

Ondanks hun diplomatieke visum kunnen de spionnen niet helemaal vrijuit opereren. Zodra een van hen door de Nederlandse geheime diensten wordt betrapt op spionage is Buitenlandse Zaken soms bereid om iemand uit zetten. Twee SVR-officieren die té zichtbaar informatie verzamelen over technologie voor het Russische leger, en hun bronnen daarvoor betalen, moesten twee jaar geleden daarom vertrekken.

In 2018 gebeurde dat ook al eens, toen de GRU vier diplomaten liet invliegen om de systemen bij de OPCW (de Organisatie voor het Verbod op Chemische Wapens) in Den Haag te hacken. De mannen hoopten zo informatie over onderzoeken naar Rusland te vergaren. De MIVD verijdelde de hackpoging en de diplomaten werden uitgezet.

Bewust meewerken

Maar niet elke keer als een Russische spion betrapt wordt, versturen de diensten een persbericht. Een precaire kwestie met een ambtenaar van Buitenlandse Zaken komt bijvoorbeeld nooit naar buiten. De AIVD ontdekte enkele jaren geleden dat die ambtenaar was benaderd door een Russische spion. De veiligheidsdienst vraagt de ambtenaar om met de spion mee te werken om zo meer over zijn modus operandi te weten te komen. De spion wordt uiteindelijk uitgezet.

En niet alle operaties slagen. Twee jaar geleden gaat het mis als de Nederlandse diensten een gps-tracker plaatsen onder de auto van Mikhail Klimuk. Naar buiten toe is hij de Russische defensie-attaché, maar hij is ook het hoofd van de GRU in Nederland – de rezident. De MIVD wil graag weten wie zijn bronnen zijn in Nederland of daarbuiten.

Maar de Russen vinden de tracker. Boos stuurt het Russische ministerie van Buitenlandse Zaken een bericht de wereld in. Het kabinet of de diensten hebben nooit erkend dat Nederland achter deze actie zat.

Einde gedoogbeleid

Na de Russische inval in Oekraïne krijgen westerse inlichtingendiensten steeds meer moeite met de aanwezigheid van Russische spionnen. Ook in Nederland maken de diensten na de inval een prioriteitenlijst van inlichtingenofficieren van wie ze graag zouden willen dat ze worden uitgezet. Tot opluchting van de diensten stemt Buitenlandse Zaken in met de uitzetting van alle zeventien diplomaten, en komt er einde aan een periode van tientallen jaren van gedogen. Hoe vaak de Russen er in al die jaren in geslaagd zijn om aan vertrouwelijke informatie te komen, weten ze alleen in Moskou.

Op 10 april worden de inlichtingenofficieren, met hun vrouwen en kinderen, door een Russisch regeringsvliegtuig opgehaald op de Belgische luchthaven Zaventem. Eenmaal terug in Moskou plaatst de vrouw van Nefedovs collega Matveev een gedicht op een poëziewebsite: “Vliegtuigen, koffers. Weinig zin, veel drama. Het is jammer, maar het leven zal niet veranderen.”

Bron: nos.nl