Waarom de coopertest (g)een goed idee is

0
461

Wat is er gebeurd?

Je vindt het verschrikkelijk of het is je lievelingsvak: gym. Trefbal, honkbal, speerwerpen, verspringen, een potje voetballen met de klas… …maar gym op de middelbare school betekent ook: de coopertest lopen. Dat is een rentest om te kijken hoe het zit met jouw uithoudingsvermogen. Uithoudingsvermogen is natuurlijk niet iets wat je leert op school. Dus is het dan eigenlijk wel eerlijk dat je daar een cijfer voor krijgt? Daar praten we over met een onderzoeker en gymleraren uit het hele land.

Waarom moet ik dit weten?

Is het je eerste jaar op de middelbare school? Dan deal je vanaf nu ook met een fittest: een coopertest of een piepjestest. Bijna alle middelbare scholieren in ons land, van alle niveaus en van alle leerjaren, doen er eentje. Welke, hoe vaak en of je er een punt voor krijgt verschilt per school.

Dit artikel gaat vooral over de coopertest. De test is ieder jaar een hot topic: niet alleen onder jou en je klasgenoten, ook onder leraren en onderzoekers. Wij praatten met ze.

Waarom zorgt de coopertest voor discussie?

Onderzoeker Lars Borghouts van de Fontys Sporthogeschool doet veel onderzoek naar punten die je krijgt bij gym op de middelbare school. Hij weet veel over fitheidstesten op scholen, zoals de coopertest en de piepjestest. “Veel scholen baseren daar nog steeds hun cijfers op”, zegt hij. Volgens hem zorgt dat voor problemen:

“Vaak krijg je een punt voor de afstand die je loopt én eentje voor je inzet. Want veel leraren vinden: het is niet eerlijk om een leerling met bijvoorbeeld astma een laag punt te geven. En dus compenseren ze het met je inzet. Maar hoe beoordeel je inzet? Dat is moeilijk. Je krijgt dan dingen als: ‘je bakt er eigenlijk niets van, maar je hebt je best gedaan, dus je krijgt toch een zes’.” “Het geven van cijfers is sowieso slecht voor de motivatie. Dan gaan leerlingen vragen of het ‘voor een punt is’ en hun prestatie daarvan laten afhangen.” “Het grootste probleem vind ik: je baseert je met zo’n fittest op wat een leerling al kan, niet op wat het leert tijdens de les. Da’s hetzelfde als dat een leraar tegen jou zegt: ‘volgende week heb je een toets meetkunde’, terwijl je nog nooit meetkunde hebt gehad.”

Volgens Lars zou je met de coopertest beter kunnen leren wat conditie is. Of je score vergelijken met anderen en daar dan over nadenken. Op die manier leer je over gezondheid, bewegen en je eigen fitheid, én heb je een toets die past bij de kerndoelen en einddoelen van gym. Die gaan onder andere over zelfkennis en inzicht, en niet over hoe hard je kan lopen.

Wat vinden leraren?

Gymleraar Roel: ‘Geef geen cijfers voor de coopertest’

Roel werkt nu vijf jaar op dezelfde middelbare school in Tilburg: eentje waar je geen cijfers krijgt voor vakken, en dus ook niet voor de coopertest. Roel: “Want wat heb ik er nou aan als ik een leerling 12 minuten laat rennen, dat die leerling helemaal kapot is en dat ik dan roep dat-ie een onvoldoende heeft?”.

“Daar gáát het mij ook helemaal niet om, om een cijfer. Ik zie de coopertest als iets waar je andere dingen van kan leren in aanloop naar de test: samen leren trainen, een trainingsschema maken en bijvoorbeeld coachen. Als ik zie dat iemand écht niet ver komt, maar zich wel helemaal in het zweet heeft gewerkt, ga ik het gesprek aan. Hoe komt dat? Dat vind ik het belangrijkst om te weten en ik wil de leerling daar over na laten denken.”

Gymleraar Jasper: ‘Het kan traumatisch zijn’

“Ik heb er moeite mee”, zegt Jasper, gymleraar in Arnhem. “Zelf vond ik het prima toen ik op de middelbare school zat: ik was fit en vond het leuk om een hoog cijfer te krijgen. Maar nu ik zelf leraar ben, geef ik dit soort testen niet. Ik wil leerlingen hun leven lang laten sporten en bewegen en geen negatieve ervaringen meegeven. De coopertest is dat wel, vind ik. Veel leerlingen halen een slecht punt en moeten snel afhaken, op de bank zitten en naar andere – betere – leerlingen kijken. Confronterend. Dat is een traumatische ervaring.

Jasper heeft weleens discussies met andere leraren over de coopertest. “Sommigen staan er wel achter. Ze vinden dat je ervan leert doorzetten en weet wat je grenzen zijn. Ik vind dat er ook leukere manieren zijn waarmee je dat kan leren: denk aan een estafette of een intensief potje voetbal.” Dan gaat ook het om méér dan alleen uithoudingsvermogen, zegt hij. “Dat is eerlijker, want uithoudingsvermogen is deels erfelijk.”

Gymleraar Daan: ‘Zie het maar als huiswerk’

Daan geeft gymles op de basisschool en op de middelbare school in Amsterdam. “De piepjestest is een test waarbij je doorgaat tot je out gaat. Dat kan je leerlingen niet aandoen, vind ik. Je kan er wel een eigen draai aan geven, het leuker maken. Dat doe ik altijd. Ik kan dan zien wat de conditie van mijn klas is. Belangrijk, want daar kan ik dan mijn lessen op aanpassen.”

Daan vindt de coopertest beter dan de piepjestest. “Je hoeft dan niet helemaal stuk te gaan. Op de school waar ik werk krijg je er trouwens ook geen punt voor: er wordt alleen gekeken naar of je vooruit bent gegaan of achteruit.” In tegenstelling tot Jasper denkt Daan dat je dat vooral zelf in de hand hebt: “Als je weet dat-ie eraan komt, kan je ervoor trainen. Zie het maar als huiswerk. Of iedereen een 10 kan halen weet ik niet, da’s met gym misschien anders, maar wat mij betreft telt niet alleen de afstand die je rent, maar ook je inzet en je gedrag.”

Gymleraar Dennis: ‘Het moet een eyeopener zijn’

Dennis geeft gymles in Den Haag. “Ik doe zo’n test omdat ik leerlingen inzicht wil geven in hoe het staat met hun conditie. Het moet vooral een eyeopener zijn: hoe is jouw conditie als je ‘m vergelijkt met de rest van de klas? Ik hecht dus geen waarde aan je score, wel aan je uithoudingsvermogen. Het is als leraar interessant om te weten hoe ver iemand gaat. Ook vind ik het tof dat er wordt aangemoedigd, gecoacht, geholpen… Je ziet een groep ontstaan tijdens zo’n test.”

Dennis geeft er wel cijfers voor. “Cijfers moeten zou eenmaal. Ik leg ze naast elkaar en beloon vooruitgang. Voor de een is dat fijn, voor de ander minder leuk. Dan zeg ik dat niet iedereen overal goed in kan zijn. Ik heb ook weleens onvoldoendes gehaald voor gym.”

Bron: nos.nl