Vrouwenvoetbal steeds professioneler, ‘maar we zijn er nog lang niet’

0
124

Vanavond vecht Oranje in Londen tegen Frankrijk voor een plek in de halve finale. De Fransen zijn dit EK favoriet, de ploeg van bondscoach Mark Parsons is in dit duel de underdog. “Iedereen wil dat we blijven winnen, maar als we willen dat dat blijft gebeuren, dan moet de sport een stuk professioneler worden”, zegt Marjan Olfers, hoogleraar sport en recht aan de Vrije Universiteit.

Sinds het vrouwenelftal in 2017 Europees kampioen werd, heeft het vrouwenvoetbal in Nederland een enorme vlucht genomen. Er is veel veranderd in de sport. Zo lopen de kijkcijfers op en zijn onlangs de basispremies voor de Nederlandse mannen- en vrouwenteams gelijkgetrokken.

“We hebben hier met elkaar hard naartoe gewerkt en dit is een historische stap voor het Nederlandse vrouwenvoetbal”, zei Jan Dirk van der Zee, directeur van de KNVB, toentertijd over deze stap.

Verschil nog steeds groot

Toch is het verschil tussen de mannen en de vrouwen op het hoogste niveau nog steeds groot. “Veel speelsters krijgen alleen een onkostenvergoeding of doen het zelfs vrijwillig”, zegt Olfers.

Om het vrouwenvoetbal verder te professionaliseren, gaan vanaf het nieuwe seizoen in de Vrouwen Eredivisie nieuwe licentie-eisen gelden. “We hebben de afgelopen tijd met kwaliteitseisen gewerkt, dat was om samen te groeien”, zegt Kirsten van de Ven, manager vrouwenvoetbal bij de KNVB. “De licentie-eisen zijn hoger”.

Dat ervaart de ervaren Ajax-speler Liza van der Most ook. Op het hoogste niveau is het verschil met de mannen nog steeds groot:

Zo moeten teams een goedgekeurd jeugdopleidingsprogramma hebben en moeten ten minste twee speelsters een contract hebben. Voor het daaropvolgende seizoen gaat het om ten minste vier contracten. Voor clubs als Ajax en FC Twente is het geen probleem om hieraan aan te voldoen, maar voor de clubs in de onderste regionen zal dit lastiger worden. “Het verschil tussen de clubs is echt groot. Als ze een paar speelsters moeten gaan betalen dan is dat een flinke hap uit het budget”, vervolgt van de Ven.

De contracten moeten ten minste uitkomen op rond de 55 procent van het minimumloon, wat neerkomt op ongeveer 950,- per maand. Dat het contract niet ten minste 100% van het minimumloon is, komt volgens Van de Ven omdat voetbal niet altijd een fulltimebaan is.

“Daarom sturen we met de nieuwe eisen aan op een duale carrière, oftewel dat clubs hun speelsters helpen om naast hun voetbalcarrière een maatschappelijke loopbaan op te bouwen”, zegt ze. “Dat is goed voor zowel de prestaties als het welzijn van voetballers tijdens en na hun actieve carrière, fulltime of niet.”

Stap in de goede richting

Volgens hoogleraar Olfers is 55 procent een begin maar wel erg laag. “In het buitenland wordt er veel meer geld gestopt in het vrouwenvoetbal. Als we niet uitkijken, dan lekken alle speelsters uit Nederland weg”

Ook Van de Ven van de KNVB ziet dat er nog veel moet gebeuren. “We zijn er nog lang niet, wij zien dit als een stap in de goede richting.” Maar volgens haar moet je ook niet te hard willen gaan: “Je moet clubs pushen, niet omverduwen.”

Bron: nos.nl