Voorzitter NiNsee: ‘Excuses slavernij komen niet te vroeg, maar te laat’

0
42

Het Nationaal instituut Nederlands slavernijverleden en erfenis (NiNsee) vindt niet dat het Nederlandse kabinet te haastig te werk gaat met het aanbieden van excuses vanwege het slavernijverleden. Dat zegt voorzitter Linda Nooitmeer in Nieuwsuur. Verschillende Surinaamse belangenorganisaties gaven eerder aan daar wel moeite mee te hebben.

De organisaties kwamen met die kritiek nadat het kabinet vrijdag aankondigde welke vorm de eerder aangekondigde excuses voor het slavernijverleden gaan krijgen. Zeven kabinetsleden reizen elk af naar een andere voormalige kolonie van Nederland en spreken daar op 19 december gelijktijdig de excuses uit. Premier Rutte doet hetzelfde in Nederland.

De Nationale Reparatie Commissie Suriname (NRCS) vindt dat Nederland daarmee te haastig te werk gaat. Maar Nooitmeer kan zich daar niet in vinden. “Vanuit het NiNsee zijn wij al twintig jaar bezig met het krijgen van de excuses door de Nederlandse staat. Wat ons betreft hadden de excuses al in 1863 moeten plaatsvinden. Dus als je het hebt over timing zeggen wij: we zijn eigenlijk bijna 160 jaar te laat.”

Een ander kritiekpunt van Surinaamse belangengroepen is dat niet de koning of de premier excuses komt brengen, maar minister voor Rechtsbescherming Franc Weerwind. “We hebben bij NiNsee ook altijd de symbolische waarde van de koning onderstreept”, zegt Nooitmeer.

“Maar we hebben ook gezegd dat het belangrijk is dat de erkenning op hetzelfde moment op al die verschillende plekken wordt gegeven. Al die mensen hebben geleden onder het slavernijregime.” Daarom vindt Nooitmeer het idee van het kabinet dat de excuses in elke voormalige kolonie gelijktijdig door een verschillend kabinetslid worden gemaakt ook een goede oplossing.

Dit is wat mensen op straat in Paramaribo vinden van de manier waarop het Nederlandse kabinet excuses wil gaan aanbieden voor het slavernijverleden:

Het nieuws dat de excuses op 19 december gaan plaatsvinden is in Suriname “als een bom ingeslagen”, zegt Iwan Brave, hoofdredacteur van de Surinaamse krant De Ware Tijd. “Het kwam uit de lucht vallen. Bij voorbaat wist je al: dit gaat niet goed vallen bij de Surinaamse gemeenschap.”

Hij snapt de kritiek dat Nederland op deze manier te haastig te werk gaat. “De partij die excuses ontvangt moet ook voorbereid zijn”, zegt hij. “Wat wordt de tekst? Daar wil je ook inspraak in hebben. Maar laten we een stapje verder gaan. Bij excuses horen ook herstelbetalingen of een programma wat daarop lijkt. Dan wil je toch aan tafel zitten om te bespreken hoe je daarmee omgaat en hoe je dat ontvangen wilt. Al dat soort voorbereidingen wil je toch klaar hebben.”

Voor Nooitmeer gaat het meer over de tone of voice van de excuses. “Welke woorden worden gebruikt? Wat stralen die uit?”

Als positief voorbeeld noemt ze de speech van de burgemeester van Utrecht, Sharon Dijksma. “De eerste zin van haar speech was: de transatlantische slavernij en slavenhandel was een misdaad tegen de menselijkheid. Bam. Dat hebben wij haar niet ingefluisterd, maar doordat we aangegeven hebben wat we belangrijk daarin vinden is zij met die speech gekomen die recht deed aan het gevoel wat wij hadden.”

Herstelagenda

Ze snapt die wens om invloed op het proces te hebben wel. “Het goede nieuws van alle kritiek is dat er heel veel betrokkenheid is, en dat komt ook vanwege het feit dat men de doorwerking van het slavernijverleden ook echt voelt. Dus alles wat te maken heeft met dit proces wordt onder een vergrootglas gelegd. Dat geldt ook hiervoor.”

Ze is het er wel mee eens dat het niet bij excuses mag blijven. “Wij willen focussen op het proces na de excuses. Dat gaat over de herstelagenda. Hoe gaat er invulling gegeven worden aan de excuses? Welk actieplan komt daaruit voort?”

Ze wijst op de excuses die de Haagse burgemeester Jan van Zanen anderhalve week geleden maakte voor het aandeel van Den Haag in de slavernij. “Die heeft daar meteen een actieplan aangehangen, waarbij er ook in gesprek gegaan zal worden met de burgers in Den Haag. Dat is absoluut van belang.”

Bron: nos.nl