Vonnis herzien: ‘Een rechtszaak is uiteindelijk ook mensenwerk’

0
330

Bekir E. heeft in 2018 de 16-jarige scholiere Hümeyra met voorbedachten rade vermoord. Dat is het oordeel van het gerechtshof in het hoger beroep dat de nabestaanden hadden ingesteld. Daarmee vervalt het vonnis van de rechtbank uit 2019. De rechter stelde toen vast dat E. impulsief had gehandeld en er dus geen sprake was van voorbedachten rade en moord, maar van het juridisch minder zware delict doodslag.

Hoe is het voor een rechter als zijn vonnis in zo’n grote en geruchtmakende zaak in hoger beroep van tafel gaat? Oud-rechter Frank Wieland, die tot hij in 2019 met pensioen ging 33 jaar strafrechter was, heeft er begrip voor. Hij was degene die Willem Holleeder tot levenslang veroordeelde.

“Ik heb daar nooit problemen mee gehad”, zegt Wieland. “Het is juist zaak om in hoger beroep nog eens extra te kijken naar dingen. Misschien is er aanvullend bewijs of komt de officier met meer jurisprudentie. Ook kan het ene college anders over zaken denken dan het andere college. Het is uiteindelijk ook mensenwerk.”

Hij herinnert zich wel dat hij in 2019 nogal verbaasd was over de uitspraak van de rechtbank, die het toen dus op doodslag hield. “Ja, kom op zeg, je gaat achter je vriendin aan, je stalkt haar en haalt dan een pistool uit je zak en schiet haar dood. Dat lijkt mij toch voorbedachten rade?”

In de hogerberoepszaak toonde het Openbaar Ministerie bewakingsbeelden waarop te zien is hoe E. Hümeyra achtervolgt tot in de school en hoe hij uiteindelijk op haar schiet in de fietsenstalling. Als ze op de grond ligt, schiet hij meerdere kogels door haar hoofd.

In de eerste rechtszaak had het OM zich op verzoek van de familie van Hümeyra en de advocaat van de verdachte beperkt tot een beschrijving van wat er op de beelden te zien was. Mogelijk heeft het rechtstreeks tonen van deze beelden in de rechtszaal voor de rechters het verschil gemaakt, zegt Wieland. “Beelden zijn natuurlijk veel indringender. Dat kan net het laatste duwtje zijn.”

Het is volgens Wieland voor een rechter wel pijnlijk als een veroordeling in hoger beroep uitdraait op vrijspraak. “Dan vraag je je wel af of je in die zaak iets over het hoofd hebt gezien. Maar dat gebeurt in Nederland gelukkig bijna nooit.” Ook noemt hij het pijnlijk als later blijkt dat de dader iemand anders is, zoals bij de Schiedammer parkmoord.

“Ik zou me dan kapot schamen. Maar ook dat is soms een optelsom waarbij je zegt: wij zijn toen tot die conclusie gekomen en het is niet anders.”

Bij iedere zaak wordt in de raadkamer uitgebreid gesproken en nagedacht om tot een vonnis te komen. Hoe dat werkt leggen (oud)-rechters Frank Wieland en Rogier Sonneveldt uit in deze video:

Zelf hanteerde Wieland bij zijn werk als strafrechter het motto: bij twijfel niet inhalen. “Een rechter moet het altijd heel zeker weten als hij iemand veroordeelt voor moord. Soms is het bewijs niet overtuigend genoeg en dan moet je het niet doen. Daardoor komt het soms voor dat er schuldigen op straat lopen, maar liever dat dan dat iemand die onschuldig is wordt opgesloten.”

Bron: nos.nl