‘Te weinig docenten voor opvang van duizenden Oekraïense kinderen’

0
79

Taalscholen en gemeenten zeggen dat er te weinig docenten zijn om alle Oekraïense kinderen die naar Nederland komen les te geven. Het lerarentekort is al groot en de mogelijkheden nieuwe mensen te vinden, zijn beperkt. Minister Dennis Wiersma voor Primair en Voortgezet Onderwijs zegt dat er 15.000 tot 25.000 kinderen naar Nederland kunnen komen. Misschien zelfs meer.

“Ik las vanochtend dat er weer 10 procent minder aanmeldingen zijn bij de pabo’s. Dan denk ik: hoe gaan we dat nu nog oplossen?”, zegt Jacqueline van den Bor, directeur van de Taalschool Hilversum. “In één week tijd hebben we 50 aanmeldingen gekregen. En we zitten vol. Er is een verzoek gedaan voor tien extra lokalen, maar er is een kans dat we het zelfs daar niet mee gaan redden.”

Het kabinet wil dat Oekraïense kinderen een plek vinden in het nieuwkomersonderwijs. Dat zijn in het primair onderwijs taalscholen of taalklassen en in het voortgezet onderwijs de schakelklassen. Daar leren vluchtelingen Nederlands voordat ze doorstromen naar het reguliere onderwijs.

Op legerplaats de Harskamp in Ede krijgen ruim 50 leerlingen sinds vandaag les:

Theo Klein Koerkamp van het Taalcentrum Almere zegt dat de gemeente 400 tot 500 Oekraïense kinderen verwacht. “Eén hele school erbij dus.” En vooral door het lerarentekort is er nu al bijna geen ruimte. Ze doen wat ze kunnen, onderstreept Klein Koerkamp, maar een oplossing voor de extra toestroom is er niet.

Een lokale taskforce in Almere gaat nu meer opvang regelen. Daarbij krijgen kinderen deels sport en cultuur, deels nieuwkomersonderwijs en les in het Oekraïens. Daar is inmiddels één leraar voor gevonden.

Ook de PO-Raad bevestigt de problemen. “Er is een enorm lerarentekort in het hele primaire onderwijs. Dat merk je nu ook voor de speciale taalscholen die nu al die extra leerlingen op zich af zien komen. Dat is een probleem.”

De vijf grote steden stellen in een memo aan de minister dat het onderwijs aan nieuwkomers goed is georganiseerd, maar dat er knelpunten zijn. Zo is uitbreiding van het nieuwkomersonderwijs vanwege het lerarentekorten niet realistisch. De gemeente Almere laat Nieuwsuur weten: “Veel bestaande voorzieningen zitten al vol en het tekort aan professionals is groot. Dat maakt uitbreiding van opvang, ondanks bestaande voorzieningen en expertise, problematisch.”

‘Laat Nederlandse les los’

Ondertussen zoeken instellingen druk naar een oplossing. Martine van Tilburg, directeur van het opleidingscentrum Aventus, doet een oproep om het leren van de Nederlandse taal voor de oudere jeugd los te laten, zeker nu onzeker is of ze hier blijven. “Geef ze praktijkonderwijs in één van de 200 beroepen die je bij Aventus kan leren. Oekraïense jongeren spreken goed Engels, onze jongeren ook. Dan zie je dat spelenderwijs de Nederlandse taal leren ook goed gaat.”

Het scheelt volgens Van Tilburg een zoektocht naar taaldocenten. Blijven de vluchtelingen langer, dan moeten we daar volgens haar in de zomer alsnog maar iets voor bedenken.

Volgens minister Wiersma is de opgave inderdaad enorm. “Onderwijs aan deze kinderen vraagt om specialistische kennis, dus we zetten in op nieuwkomersonderwijs. Dat proberen we maximaal op te schalen. Als dat niet lukt dan gaan we tijdelijke onderwijsvoorzieningen voor deze kinderen maken, om te voorkomen dat ze massaal in het reguliere onderwijs komen.”

Deels zal dat dan les in de eigen taal zijn, met veel aandacht voor de sociaal-emotionele ontwikkeling. Want, zo benadrukt de minister, de kinderen moeten goed opgevangen worden.

Maar de Onderwijsraad lijkt er weinig vertrouwen in te hebben en schreef vorige week dat het Nederlandse onderwijs onvoldoende is voorbereid om binnen korte tijd veel vluchtelingen goed onderwijs te geven. Er is volgens de raad decennia te weinig in geïnvesteerd.

Van den Bor van de Taalschool in Hilversum vraagt zich af wat met de kinderen gebeurt die niet op een taalschool kunnen, maar die meteen naar het regulier onderwijs moeten. Hun leraren zullen enorm hun best doen, maar missen volgens haar de expertise. “Wij kunnen trauma-sensitief werken. Wat alle kinderen gemeen hebben: ze hebben er niet voor gekozen hier te komen. Ze zijn vriendjes kwijt. Je moet opnieuw starten en wij weten hoe we dat moeten doen.”

Bron: nos.nl