Racismebestrijder blij met lessen tegen Hanky Panky Shanghai: ‘Onderbelicht probleem’

0
20

Anti-Aziatisch racisme is te lang onderbelicht geweest in Nederland en het is onacceptabel dat er in het onderwijs mechanismen zijn geslopen die mensen uitsluiten. Dat zegt de Nationaal Coördinator tegen Racisme en Discriminatie, Rabin Baldewsingh, in reactie op de lancering van een lespakket tegen het zingen van het lied Hanky Panky Shanghai op scholen.

Dat lied wordt volgens Baldewsingh nog altijd regelmatig in de klas gezongen bij verjaardagen, op de melodie van Happy Birthday. Soms trekken kinderen tijdens het zingen hun ogen tot spleetoogjes met hun vingers.

Baldewsingh juicht het lespakket-initiatief toe. “Ik vind dat we er bewust van moeten zijn dat het heel veel mensen pijn doet als het gezongen wordt. Mensen worden hierdoor anders bejegend en ze hebben het gevoel dat ze er niet bij horen, Aziaten worden geridiculiseerd. Ik hoop dat heel veel scholen gebruik gaan maken van dit lesprogramma.”

De anti-racismecoördinator organiseert een conferentie over discriminatie in het onderwijs en zal daarbij ook in gesprek gaan over onderwijsmateriaal. Uitgeverijen van schoolboeken zijn daarbij nadrukkelijk uitgenodigd.

Coronatijd

Ook het Kennisplatform Inclusief Samenleven (KIS) ziet dat anti-Aziatisch racisme lang onderbelicht is geweest. “In 2011 is het laatste grote onderzoek naar anti-Aziatisch racisme gedaan door het Sociaal en Cultureel Planbureau en daarna is er eigenlijk geen grootschalige aandacht meer geweest voor deze groep”, zegt KIS-onderzoeker René Broekroelofs.

Mede door racistische incidenten in coronatijd en de Black Lives Matter-beweging ziet hij meer onderzoeksaandacht voor het thema. “Verder zijn ‘onze’ jongere mensen van Aziatische afkomst ook mondiger dan hun ouders. En ze voelen zich ook Nederlanders, wat ze natuurlijk ook zijn.”

Dat er lang weinig aandacht was, zou mede het gevolg zijn van de manier waarop de ongeveer 1 miljoen Aziatische Nederlanders zich tot de rest van de samenleving verhouden. “Het is toch een groep die niet echt voor problemen zorgt en die zich goed redt in de samenleving. Die hebben geen speciale programma’s nodig, was het idee”, zegt Broekroelofs. “Terwijl het racisme dat zij ervaren wel echt heftig is, en het probleem op dagelijks niveau wordt ervaren.”

“Typerend aan Aziatische mensen is dat we altijd maar ja knikken, en dingen laten zoals ze zijn”, zegt actrice Roosmarijn Wind, die de documentaire Hanky Panky Goodbye maakte over anti-Aziatisch racisme. “Ik vond het ook spannend om het hierover te hebben. Nu krijg ik elke dag dertig berichten van mensen die me bedanken dat ik het heb gedurfd.”

“Ik vond het bijzonder dat iemand me een bericht had gestuurd over haar situatie. Ze vertelde dat zelfs haar vriend haar niet echt snapt en dat ze er eigenlijk met niemand over praat, dat ik de eerste ben met wie ze open is”, aldus Wind, die in haar film onder meer uit de doeken doet dat ze een tijdlang een zonnebril heeft gedragen om scheldpartijen vanwege haar uiterlijk te voorkomen.

De documentaire wordt vanavond om 23.20 uur uitgezonden op NPO 3 en is ook te kijken via YouTube:

Behalve met scheldpartijen krijgen Oost- en Zuidoost-Aziaten in Nederland ook te maken met uitingen die minder hard bedoeld zijn maar alsnog stevig aankomen, zoals dus het zingen van Hanky Panky Shanghai. Belangengroep Asian Raisins, die het lesprogramma heeft ontwikkeld, vindt dat volwassenen hierdoor kinderen leren dat racisme acceptabel of normaal is.

“Wat er misgaat bij Hanky Panky Shanghai is dat het zich voordoet als een leuk verjaardagslied, maar het is ontstaan uit hardnekkige en racistische stereotypen”, zegt woordvoerder Yuan Druijf van Asian Raisins. “Veel mensen die we binnen onze gemeenschap hebben gesproken over dit lied zeggen dat ze er negatieve herinneringen aan hebben.”

De stichting lanceert daarom de campagne, onder meer met het lespakket voor scholen, bestaande uit twee lessen, adviezen voor docenten en een nieuwbrief voor ouders. Onderdeel is ook een petitie tegen het lied.

Zelf maakte Druijff mee dat andere kinderen tijdens het zingen met hun vingers spleetoogjes trokken. “‘Jij hoeft dat niet te doen, want die heb jij al’, werd dan gezegd. “Dat voelde erg naar”, vertelt Druijff. “En als kind kun je niet uitleggen waarom het zo voelt. Daarom is het zo belangrijk dat er bewustwording wordt gecreëerd op de basisschool. Leraren en ouders geven nu eigenlijk bewust of onbewust dit gedrag door.”

Baldewsingh en KIS-onderzoeker Broekroelofs wijzen erop dat het lesmateriaal op scholen nog vaak achterloopt. Broekroelofs: “Het merendeel van het lesmateriaal, ook juist over discriminatie, werkt vaak niet goed of soms zelfs averechts. Dat komt doordat het gaat over het bewust worden van racisme en stereotypen, maar dat werkt voor kinderen niet goed.”

Dat heeft ermee te maken dat kinderen hun eigen vooroordelen volgens die methode moeten controleren. “Dat kunnen ze gewoon nog niet zo goed. Hun frontaalkwab is slecht ontwikkeld en bovendien worden stereotypen herhaald. Dat was voorheen bijvoorbeeld ook zo bij voorlichting over homoseksualiteit. Dan werd gevraagd: ‘waar denk je aan bij homoseksualiteit’, waarna alle stereotypen de klas werden ingeslingerd. Dan sta je 2-0 achter met je voorlichting.”

Bron: nos.nl