Meer aandacht voor preventie kan doemscenario zorg voorkomen

0
183

Het is een dramatisch beeld dat het Zorginstituut schetst in een filmpje over de Nederlandse zorg in 2040; overvolle wachtkamers, een tekort aan zorgverleners en materiaal, rondzwervende mensen met psychische problemen, en kwetsbare mensen die aan hun lot worden overgelaten. Een onheilspellend scenario, maar is het realistisch?

Het is een terechte zorg, zegt Liesbeth van Rossum, hoogleraar obesitas en internist bij het Erasmus MC, in Nieuws en Co op Radio 1. “De zorgkosten lopen enorm op, er is een personeelstekort, met zijn allen worden we ouder maar wel zieker. Dus we weten dat dit op de lange termijn niet houdbaar is.”

“De campagne van het Zorginstituut gaat het probleem niet oplossen”, verwacht ze. “Maar het is wel goed te laten horen hoe urgent het is. Het loopt spaak, mensen hebben recht te weten dat het misloopt als we nu niks doen.”

Dat geldt zeker voor het expertisegebied van Van Rossum, Obesitas. Op dit moment heeft ruim de helft van de volwassenen overgewicht. Als er niets gebeurt, loopt dat in 2040 op tot twee derde van de bevolking.

Is dat dan erg? “Ja, want we weten dat ernstig overgewicht leidt tot ruim 200 andere obesitas-gerelateerde ziekten. Dan denken mensen vaak aan diabetes en hart- en vaatziekten, en dat is ook terecht, maar er is veel meer gerelateerd aan obesitas, bijvoorbeeld dertien vormen van kanker, depressie, gewrichtsklachten, een ernstiger verloop van infecties zoals bij covid19, de lijst is oneindig.”

Het dystopische campagnefilmpje van het Zorginstituut:

Om het doemscenario te voorkomen, gaan in de politiek stemmen op om aan de toenemende vraag te voldoen door meer personeel aan te trekken en nieuwe technologieën in te zetten zodat mensen vaker thuismetingen kunnen doen. Maar er moet zeker ook meer gedaan worden aan preventie, vindt Van Rossum.

“Ik kan bijvoorbeeld in de spreekkamer als arts best allerlei dure medicijnen voorschrijven, maar ik weet dat bij heel veel ziekten die medicijnen minder effectief zijn als mensen niet bewegen, ongezond eten of roken. Ook zijn ze vaak onnodig duur want de dosering gaat vaak op lichaamsgewicht. Als je leefstijl er onderdeel van maakt, dan kun je veel effectiever zijn en meer gezondheidswinst bereiken.”

Daarvoor is in het Erasmus MC een speciaal leefstijlloket in het leven geroepen, en dat gebeurt bij steeds meer ziekenhuizen, signaleert Van Rossum. “Dat kan mensen leiden naar iemand in de wijk, bijvoorbeeld iemand die met beweging of voeding helpt, maar het kan ook de schuldhulpverlening zijn als dat de onderliggende oorzaak is.”

Epileptische aanval

Ook volgens Daisy Pors, huisarts in Den Haag, is preventie belangrijk. Preventie is vooral een taak van de GGD’s en de overheid. Maar huisartsen spelen er soms ook een rol bij, bijvoorbeeld door mogelijke gezondheidsrisico’s tijdig te signaleren. “Die signaleerfunctie is een van de mooiste dingen van het vak. En ik wil dat goed blijven doen.”

Dat wordt wel steeds moeilijker, want huisartsen hebben het steeds drukker, merkt ook Pors. “Veel dingen zijn hier goed geregeld. Maar nog meer maatregelen en het nog goedkoper willen maken, is geen goede ontwikkeling. Politici en zorgverzekeraars richten zich vooral op kortetermijnresultaten, en die heb je bij preventie niet. Bijvoorbeeld als je iemand van 20 uitlegt dat hij moet stoppen met roken. Daarvan zie je de resultaten pas jaren later, soms pas over 30 jaar.”

Steeds meer taken

Pors ziet steeds meer taken bij de huisarts terechtkomen. “Een patiënt had afgelopen week een ernstige epileptische aanval en had eigenlijk opgenomen moeten worden, maar die werd naar huis gestuurd en ik kreeg de vraag om de controles te doen en de resultaten door te sturen naar het ziekenhuis.”

Er komt zo steeds meer zorg bij de huisarts terecht. “Het antwoord op alles, want de huisarts doet het goedkoper. Maar het is niet één ding”, zegt Pors, “niet alleen de steeds grote zorgvraag, niet alleen de administratie. Het is alles bij elkaar waardoor het niet meer in onze agenda past”.

Hoe haar praktijk er in 2040 uitziet? “Goede vraag. Zeker is dat ik dan nog aan het werk wil zijn.”

Bron: nos.nl