‘Medisch beroepsgeheim gaat boven waarheidsvinding en opsporing’

0
452

Wat zijn de grenzen van het medisch beroepsgeheim? Die vraag werd zeer acuut toen medewerkers van een ggz-kliniek in Maastricht eerder deze maand het vermoeden kregen dat Thijs H. betrokken was bij de dood van twee wandelaars op de Brunsummerheide. Want moesten ze de politie inlichten nadat ze Thijs H. met bloed op zijn kleren terug naar de kliniek zagen komen?

Dan hadden ze hun medisch beroepsgeheim geschonden, zeggen diverse experts tegen Nieuwsuur. “Het beroepsgeheim gaat over toegankelijkheid van de gezondsheidszorg. Iedereen moet zich vrij voelen om hulp te zoeken, zelfs grootste misdadiger.” Dat zegt Johan Leegemate, hoogleraar gezondheidsrecht van de universiteit van Amsterdam. “Dat betekent dat als je op hoogte raakt dat iemand een strafbaar delict heeft begaan mag je beroeps geheim niet schenden. Dat is de kern van het beroepsgeheim. Het gaat boven waarheidsvinding en opsporing omdat we zo’n waarde hechten aan toegang tot gezondheidszorg.”

Zijn collega, hoogleraar gezondheidsrecht Jaap Sijmons van de Universiteit Utrecht, is het daarmee eens. “Ze zeggen dat hij bij terugkomst bloed op zijn kleren had. Maar je bent geen rechercheur, je bent hulpverlener.”

Door de benen te nemen uit de kliniek verandert de situatie en moet het medische beroepsgeheim anders moet worden toegepast, aldus de hoogleraren gezondheidsrecht.

“Als hij in de instelling is, kun je hem in de gaten houden en risico’s beheersen”, zegt Leegemate. “Als hij weggaat, dus benen neemt, ja, dan is het logisch om de politie te bellen.”

“Toen hij eenmaal uit de kliniek ontsnapt was, en ze geen controle meer over hem hadden, was er wel een acuut gevaar in voor hemzelf en voor anderen”, zegt Sijmons. “Levens en het voorkomen van misdaden wegen zwaarder dan privacy. Toen mochten ze dus de politie waarschuwen.”

Wat had de kliniek anders kunnen doen?

“Als hulpverlener is je taak tweeledig: je moet slachtoffers voorkomen maar je moet ook iemand tegen zichzelf in bescherming nemen”, zegt Sijmons. Hij doelt op het opsluiten van H. om hemzelf en anderen te beschermen. “Eigenlijk had de kliniek op het moment dat hij terugkwam en bloedvlekken had een inbewaringstelling moeten regelen. Ik vermoed dat het daarvoor misschien te kort dag was.”

Bron: nos.nl