Inwoners Albergen: kleiner aantal asielzoekers welkom, wij zijn sociaal 

0
29

Naast felle tegenstanders van een asielzoekerscentrum (azc) in het Twentse dorp Albergen, zijn er ook inwoners die mogelijkheden zien voor een nieuwe groep asielzoekers in hun gemeente. Wel valt te horen bij mensen die dinsdagmiddag naar het door het COA gekochte hotel zijn gekomen, dat 150 tot 300 asielzoekers op deze plek te veel is. Voor het dorp (met zo’n 3500 inwoners) en voor de migranten zelf (het hotel telt 27 kamers).

Overigens heeft het COA eerder gezegd dat het pand wordt aangepast zodat er maximaal 200 mensen in ondergebracht kunnen worden. Indien nodig kunnen er nog honderd mensen in tenten of cabines in de tuin gehuisvest worden.

Omgekeerde vlaggen

Voorafgaand aan de raadsvergadering in Tubbergen van vanavond, waar staatssecretaris Van der Burg spreekt, is het rustig voor Landhotel ‘t Elshuys. Zondag werd hier nog gedemonstreerd. De borden met teksten als “Albergen zegt nee tegen azc!” en “Oprotten” hangen er nog. In de omgeving rijden tractoren met omgekeerde vlaggen, de boerenstatements hangen ook aan huizen en lantaarnpalen in de buurt.

“Dit hotel is niet gebouwd voor zoveel mensen”, zegt een dorpsbewoner:

Een vrouw van middelbare leeftijd fietst na haar werk naar huis, een paar kilometer van het hotel vandaan. Haar naam wil ze niet zeggen, net als vrijwel alle andere aangesproken voorbijgangers.

‘Inbedden in de samenleving’

“Driehonderd mensen past niet, dat moet echt drastisch naar beneden. Het is onmenselijk voor de asielzoekers, te veel op een klein gebied.” Vijftig mensen was wat haar betreft beter geweest, “en op andere plekken ook vijftig, dan was er geen probleem”. Een kleiner aantal asielzoekers zou gemakkelijker kunnen worden opgenomen in de gemeenschap, denkt ze.

“Wij zijn sociaal, wij kunnen dat, ze moeten inbedden in de samenleving. En dat geldt niet alleen voor Tubbergen, maar voor het hele land”, voegt ze eraan toe. “Zorg dat ze in de cultuur worden opgenomen, dat ze lid worden van een voetbalvereniging. Vraag werkgevers of zij ze kunnen gebruiken, laat ze participeren. Hoe je het ook wendt of keert, die mensen moeten een plek hebben. Natuurlijk zitten er gelukszoekers tussen, maar ook echte vluchtelingen.”

‘Het zijn toch geen criminelen?’

Vier agenten in uniform komen vanuit een burgerauto een kijkje nemen. Een andere vrouw, van tegen de vijftig, fietst met haar man langs. “Op zich is het niet zo’n probleem. Voor mensen die het moeilijk hebben, moet iedereen een steentje bijdragen. Maar ze moeten wel goed gehuisvest worden.”

De vrouw heeft in Azelo en Ootmarsum in de buurt van een azc gewoond. “Daar hebben we er nooit problemen mee gehad. Een azc wil niet zeggen dat mensen er last van gaan krijgen, het zijn toch geen criminelen? En als dat wel zo is, dan moeten ze snel opgepakt worden.”

‘Deze aantallen schrikken mensen af’

Henri uit Albergen, de enige die zijn naam noemt – zij het alleen zijn voornaam – is wel bezorgd. Dit is een belangrijke route van Albergen naar de middelbare school in Almelo, vertelt hij. “Overdag gaat het wel, maar ‘s avonds? Mensen komen uit crisisgebieden, hebben het een en ander meegemaakt, trauma’s uit de oorlog, misschien zijn het wel tikkende tijdbommen.”

Op zich is hij voor het azc, maar de 300 asielzoekers vindt hij “buiten proportie”. Volgens hem zou een aantal van 80 veel beter zijn geweest. “Deze grote aantallen schrikken heel veel mensen af. Ik heb altijd het vluchtelingenbeleid verdedigd tegenover mensen die ertegen waren, maar dit vind ik moeilijk. Ik heb een beetje het idee dat het over de schutting is gegooid. “Redt oe d’r met”, zoals we op z’n Twents zeggen.”

Bron: nos.nl