Huwelijken in Kamp Westerbork: ‘Ze zijn belazerd’

0
197

“Je kunt zien dat ze echt haar best gedaan heeft om op haar allermooist op de foto te staan. Bloemen in het haar, een sluier, die ketting. En toch zie je tegelijkertijd dat als ze op een ander moment getrouwd was, ze er anders uitgezien had. Dan had ze zeker geen zwarte jurk aan gehad. Je ziet vrolijkheid, maar ook ernst.”

Rosalie Norden huwde Max Wieselmann in Westerbork, 22 oktober 1943. Een van de 261 stellen die er tijdens de oorlog in het kamp in de echt verbonden werden. Saskia Aukema stelde het boek Tot de dood ons scheidt samen over die bizarre praktijk. Het verschijnt ter gelegenheid van de Internationale Herdenkingsdag voor de Holocaust, vandaag.

“Het contrast kan niet groter zijn. Een huwelijk associeer je met wit, schoonheid en liefde, en dan het allerergste, een concentratiekamp, duister en vies.”

Sonja Margules-Salmagne vertelde voor haar dood hoe ze haar man Peter ontmoette in het kamp:

Oud-directeur Dirk Mulder van Kamp Westerbork is blij met het boek. “Het onderwerp is in verschillende studies wel even aangestipt en er zijn egodocumenten met thema’s als liefde en huwelijk, maar het is niet eerder zo minutieus uitgezocht en in een grotere context geplaatst.

Aukema raakte geïnteresseerd in het onderwerp toen ze erachter kwam dat een oudtante in het kamp was getrouwd: Annie Preger trouwde op 28 januari 1943 met Hans van Witsen. 36 dagen duurde het huwelijk, beiden werden op 5 maart 1943 vermoord in Sobibor.

Voor alle 261 stellen heeft Aukema zo nauwkeurig als mogelijk de duur van het huwelijk uitgerekend. Zestig echtparen overleefden de oorlog, maar veel vaker wachtte de dood. Voor sommigen al binnen enkele weken, samen, zoals Annie en Hans. Bij anderen soms velen maanden later, en dan gescheiden van elkaar op verschillende plekken in Midden-Europa.

“Sommige huwelijken duurden vier dagen. Dat zijn mensen die de middag van hun trouwerij nog op transport zijn gegaan en bij aankomst gelijk naar de gaskamers werden gestuurd. Elke keer als ik dat lees, staat het kippenvel me op de armen.”

“Op huwelijksreis naar Auschwitz”, vatte Maurits van Thijn zijn trouwdag cynisch samen. Hij en zijn vrouw Rina Blitz zijn een uitzondering, beiden overleefden de kampen.

De huwelijken werden keurig gefaciliteerd door de kampleiding. Er werd een speciale barak ingericht voor de burgerlijke stand, met enige regelmaat kwam er een trouwambtenaar langs en de administratie werd zorgvuldig bijgehouden. Cynisme ten top, vindt Aukema.

“Het hele systeem was opgezet om valse hoop te bieden. Het was allemaal bedoeld om mensen het gevoel te geven: ‘nou ja, zo erg zal het allemaal wel niet zijn’. Ze zijn gewoon belazerd.”

Mulder beaamt dat: “Westerbork wordt wel eens een stad op de heide genoemd. Alles wat er in een stad te vinden was, vond je ook daar, om het leven zo gewoon mogelijk te laten lijken. Het meest bizarre voorbeeld is misschien wel het ziekenhuis, waar mensen konden aansterken voor ze op transport gingen. Allemaal strohalmen waar mensen zich aan vast konden klampen.”

Desondanks probeerden de pasgetrouwden iets van huwelijksgeluk te vinden, ontdekte Aukema. Er werden felicitatiekaartjes geknutseld of men spaarde zich wat eten uit de mond zodat er op de huwelijksdag een bijzondere maaltijd was. Bouillon met een sneetje vooraf, sperziebonen en “Westerborksche goulasch” op het huwelijk van Roosje Polak en Hans Vles bijvoorbeeld.

Zelfs voor intimiteit was er ruimte. Max Vlessing kocht met een brood en pakje boter iemand om zodat hij privacy had op hun huwelijksnacht. “Na transport in de bovenste bedden van de barakken” was ook een optie, vulde zijn vrouw Mientje Vomberg aan.

Dat leidde ertoe dat er ook Westerborkbaby’s werden geboren. Robert Falk bijvoorbeeld, geboren negen maanden na het Westerborkhuwelijk van zijn ouders. Aukema kreeg een familiefoto van de drie in handen.

“Een bijzonder beeld. Als je het ziet dan hoop je meteen dat het goed afloopt met die mensen. Maar je weet ook dat wie met een baby naar Polen werd gestuurd, het eigenlijk wel kon vergeten.” Vader Max bezweek in 1945 in kamp Langenstein, van Robert en moeder Franzi zijn na aankomst in Auschwitz, oktober 1944, geen gegevens meer bekend.

Het is een emotie die haar vaker bekroop, bij het kijken naar de uitgelaten huwelijksfoto’s voor de overduidelijk herkenbare kampbarakken. “Elke keer als ik de blije gezichten zie, komt het weer binnen. Wij weten wat zij niet wisten op dat moment.”

Bron: nos.nl