Het aangepaste OMT-advies 14 april 2020, van mail tot mail

0
75

Nieuwsuur onthult dat het ministerie van Volksgezondheid tekstuele wijzigingen heeft laten doorvoeren in conceptadviezen van het Outbreak Management Team (OMT). Ook het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) heeft tekstsuggesties overgenomen van het ministerie. Het kabinet heeft juist altijd gezegd dat het OMT volstrekt onafhankelijk is.

In dit artikel zie je stap voor stap hoe een advies na verschillende mailwisselingen wordt aangepast. Je kunt de afbeeldingen op mobiel vergroten door erop te drukken. Inzoomen kan door nogmaals op de afbeelding te tikken.

‘Mag nog wel een tandje scherper?’

Dit voorbeeld gaat over het OMT-advies van 14 april 2020. Op die dag komt het OMT ‘s ochtends bijeen en ontvangen ambtenaren van het ministerie van Volksgezondheid ‘s avonds het concept-OMT-advies van die dag. “Zou u uw opmerkingen aub zo spoedig mogelijk willen mailen”, vraagt het RIVM aan het ministerie.

Ambtenaren lezen het concept-advies. “Alleen nog concept (zwartgelakt) kijk jij even wat nodig is tbv communicatie?”, schrijft één van hen:

Zijn collega’s reageren ontevreden. “Ik twijfel of het PBM (persoonlijke beschermingsmiddelen, red.) er voldoende expliciet in staat. Mag nog wel een tandje scherper?” Het advies is volgens de ambtenaar “heel anders” dan het gesprek van die middag, waarbij RIVM-voorzitter Jaap van Dissel het advies aan de ambtenaren had toegelicht.

De ambtenaren mailen nog enkele keren over en weer en besluiten uiteindelijk het RIVM te vragen een specifieke extra zin aan het advies toe te voegen. Een zin die het dragen van mondmaskers in de ouderenzorg expliciet moet ontmoedigen.

En dat zal ook gebeuren.

Op 14 april vindt ‘s ochtends tussen 10.45 uur en 12.00 uur een overleg plaats op het ministerie van Volksgezondheid. Aanwezig zijn ministers van Volksgezondheid Hugo de Jonge en Martin van Rijn, staatssecretaris Paul Blokhuis, een aantal topambtenaren, communicatiemedewerkers en een medewerker van de Inspectie Gezondheidszorg.

In het overleg spreken de aanwezigen over instellingen die zich niet aan het “protocol” houden, omdat zij hun medewerkers preventief een set mondmaskers meegeven. “Actiz (branchevereniging van de ouderenzorg, red.) ervaart hierdoor druk, en vraagt om duidelijkheid”, staat in het verslag van het overleg. “De vraag is of het RIVM niet nogmaals kan benadrukken dat dit niet nodig is.”

Tussen 10.00 uur en 12.30 uur komt die dag ook het OMT bijeen in haar onafhankelijke, besloten vergadering. De wetenschappers bespreken de zorgelijke situatie in verpleeghuizen, en de vraag of daar meer maatregelen moeten worden genomen. Van de bijeenkomst worden zoals gewoonlijk notulen opgemaakt waarin staat wat elk OMT-lid precies zegt, maar die notulen zijn vertrouwelijk. Ook wordt een samenvatting van de bijeenkomst opgesteld met het uiteindelijke advies: dat wordt in een zogeheten concept-OMT-advies gegoten.

Het advies bevat een aantal standaardzinnen over het belang van “goede infectiepreventiemaatregelen” en “adequaat gebruik van PBM” in verpleeghuizen, en er staat dat het OMT nog een voorstel uit zal werken dat is ingebracht door een aantal specialisten in de ouderenzorg. Dat voorstel gaat onder andere over een “adequate toepassing” van mondmaskers in verpleeghuizen als er een besmetting gemeld is.

Die avond ontvangen ambtenaren van het ministerie om 19.24 uur het concept-OMT-advies van die dag. En zij besluiten dat het advies niet “duidelijk” genoeg is over het preventief dragen van mondmaskers in de ouderenzorg.

In een e-mail aan collega’s schrijft een ambtenaar over het concept-advies: “Met die tekst gaan we verpleeghuizen niet weerhouden hun voorraad breed in te zetten, onder druk van de vakbonden.”

Ambtenaren noemen ook de organisatie Meander van Jack Jansen expliciet in hun onderlinge communicatie. “Vind jij boodschap alleen pbm (persoonlijke beschermingsmiddelen, red.) bij bevestiging van Covid (…) niet nu duidelijk genoeg in het stuk staan? (zwartgelakt) hamerde daarop, juist gelet op Meander”, schrijft een ambtenaar.

De medewerkers van het ministerie willen graag dat het OMT-advies expliciteert dat het uit voorzorg dragen van mondkapjes geen goed idee is. Ze zouden dat in hun politieke brief aan de Tweede Kamer kunnen schrijven. Of desnoods in het advies van het zogeheten Bestuurlijk Afstemmingsoverleg aan het kabinet kunnen toevoegen.

Maar ze willen liever dat de experts van het OMT het zeggen, en dat het dus in het OMT-advies komt te staan: “Ik heb liever dat het OMT het zo expliciet mogelijk zegt dan dat wij voor een vertaalslag moeten zorgen.”

Een VWS-ambtenaar stelt voor om een nieuwe zin toe te voegen aan het advies. Hij schrijft, op 14 april om één minuut voor 22.00 uur: “Deze tekst is nog niet bruikbaar voor communicatielijn. Heb er een zin achter gezet die zou helpen.”

De door de ambtenaar opgestelde zin luidt: “Het uit voorzorg gebruiken van PBM bij patienten die geen (verdenking op) COVID-19 hebben is niet nodig en gelet op de aanhoudende schaarste aan BPM ook niet gewenst.”

In de voorgestelde gele zin staat een spelfout. Er staat eerst “PBM”, wat correct is (persoonlijke beschermingsmiddelen, red.), en daarna ‘BPM’, waar de letters per ongeluk zijn omgewisseld.

Vanuit het ministerie van VWS gaat vervolgens een mail naar het RIVM: “Zou je onderstaande geel gemarkeerde zin op willen nemen in het OMT advies? We merken dat er heel veel behoefte is aan duidelijkheid op dit punt, zeker nu een aantal organisaties een andere koers lijkt te gaan varen….dank vast en groeten.”

Een RIVM-medewerker mailt vervolgens aan een andere RIVM-medewerker: “Graag gearceerde tekst ook opnemen.”

Een ambtenaar van VWS vraagt het RIVM vervolgens nog om de extra zin óók aan de RIVM-richtlijnen voor de ouderenzorg toe te voegen: “Nog een ander verzoekje. Er is veel druk bij verpleeghuizen hun mensen beter te beschermen en steeds meer huizen gaan besluiten om BPM preventief te gebruiken.”

De ambtenaar schrijft dat het “enorm” zou helpen als het RIVM de voorgestelde gele zin ook in de richtlijnen opneemt. “Ik vrees anders dat er een run op PBM gaat ontstaan als steeds meer organisaties wel voor preventie kiezen”, aldus de medewerker van een @minvws.nl-adres aan het RIVM.

De volgende dag, 15 april, worden de vernieuwde RIVM-richtlijnen voor de ouderenzorg gepubliceerd, inclusief de door de ambtenaar opgestelde zin (en met herstelling van de spelfout).

Op de persconferentie die middag krijgt minister Hugo de Jonge een vraag van een journalist over de werkwijze van Jos de Blok, die preventief mondkapjes uitdeelt aan al zijn personeel. De Jonge zegt dat hij zich “afvraagt of dat verstandig is” en benadrukt dat het van belang is dat men zich aan de richtlijnen houdt “die door onze experts zijn opgesteld”.

Ook zegt De Jonge dat als je beschermingsmateriaal gebruikt “waarvan het RIVM zegt: het is eigenlijk niet nodig”, en je doet dat in een periode van schaarste, een ander die het wél nodig heeft tekort kan komen. “Ik denk dat het heel goed is om daarbij gewoon te varen op het advies van onze experts, op het advies van het RIVM”, zegt hij.

Inclusief spelfout gepubliceerd

In de nacht van 15 op 16 april wordt ook het OMT-advies gepubliceerd, inclusief de door de ambtenaar opgestelde zin, en inclusief spelfout. In de begeleidende brief bij het OMT-advies aan de Tweede Kamer schrijft het ministerie dat het “OMT stelt” dat het uit voorzorg gebruiken van persoonlijke beschermingsmiddelen “niet nodig is” en gelet op de schaarste “ook niet gewenst”.

De crux is hier dus dat verschillende ouderenzorginstellingen op eigen kosten, en op eigen initiatief, zelf graag extra mondkapjes aan hun personeel wilden verschaffen. Voor de zekerheid. En dat het OMT wellicht niet had geadviseerd om inderdaad overal in de ouderenzorg preventief mondkapjes te dragen, maar ook niet had geadviseerd – althans, zo was het niet geformuleerd in het concept-advies – om dat expliciet níet te doen.

Vervolgens, zo tonen de stukken, voegt het ministerie zelf een zin aan het advies toe om preventief mondmaskergebruik alsnog te ontmoedigen, en laat deze zin eveneens opnemen in de RIVM-richtlijnen. En zo kan minister De Jonge, wijzend naar het advies van de experts, de zorgbestuurders die in zijn ogen het verkeerde voorbeeld geven aanspreken, en navolging tegenhouden.

Reactie ministerie

Als we om opheldering vragen over het aangepaste OMT-advies zegt het ministerie slechts een “suggestie” te hebben gedaan, “louter en alleen ter verduidelijking”. Er was volgens het ministerie namelijk behoefte aan “glasheldere communicatie vanuit de sector” op dit punt. Bovendien was het ministerie die dag via het zogeheten BAO-overleg mondeling geïnformeerd over wat was besproken in het OMT, en de OMT-conclusie zou zijn geweest dat het preventief gebruik van mondkapjes “niet nodig” was, aldus het ministerie.

Om dit te bewijzen stuurt het ministerie ons nog extra WOB-stukken toe, met daarin een e-mail van het RIVM in reactie op de vraag om de gele zin toe te voegen aan de RIVM-richtlijnen.

In die mail van het RIVM aan aan het ministerie staat, vrij laat op de avond en nadat al verschillende verzoeken waren gedaan vanuit het ministerie om genoemde zin zowel aan het OMT-advies als aan de richtlijnen toe te voegen: “Prima, voegen we toe, was ook de mening van OMT.”

Maar wás het wel de “mening van het OMT”? Waarom stond de zin dan niet in het oorspronkelijke advies? Wat werd er daadwerkelijk besproken bij die bewuste OMT-vergadering?

De meeste OMT-leden herinneren zich niet meer precies wat er besproken is tijdens de bijeenkomst, die nu inmiddels bijna twee jaar geleden plaatsvond. Maar het lukt ons om de vertrouwelijke notulen en het concept van die bijeenkomst in te zien. En daaruit blijkt het volgende.

Alarmerend stuk

Het OMT komt op 14 april bijeen van 10.00 uur tot 12.30 uur. OMT-voorzitter Jaap van Dissel vraagt wat er nodig is om de situatie in verpleeghuizen te verbeteren. Het OMT-lid Nienke Nieuwenhuizen houdt een pleidooi voor laagdrempelig preventief gebruik van PBM (persoonlijke beschermingsmiddelen, red.), vooral mondmaskers. Maar bij “veel” andere deelnemers is “grote weerstand” tegen “algemeen preventief mondmaskergebruik in verpleeghuizen”.

Een viertal hoogleraren ouderengeneeskunde heeft een notitie aangeleverd voor het OMT die wordt toegelicht door weer een ander OMT-lid, zo lezen we. Dit OMT-lid is hoogleraar ouderenzorg Bianca Buurman, op dat moment “chief nursing officer”, dat wil zeggen adviseur van het ministerie van Volksgezondheid.

Nieuwsuur beschikt over deze notitie (bekijk hier in .pdf), opgesteld door Buurman en haar collega hoogleraar Cees Hertogh, in die periode beiden betrokken als OMT-lid. Het stuk is alarmerend over de situatie in verpleeghuizen, waar besmettingen alsmaar toenemen en het virus zich ongemerkt verspreidt, vooral bij de groep ouderen op een vaak atypische en asymptomatische wijze.

In de notitie pleiten de opstellers voor een ruimhartiger testbeleid, en voor een middenweg tussen het advies om personeel in de ouderenzorg alléén bij (verdachte) coronapatiënten mondkapjes te laten dragen versus het “algemeen preventief mondmaskergebruik” (medewerkers dragen altijd preventief overal een mondkapje). De middenweg luidt: bij één besmetting in het verpleeghuis draagt het gehele personeel mondkapjes, ook bij patiënten waar nog geen (verdenking op) corona is.

In de notulen van de OMT-bijeenkomst wordt vervolgens opgeschreven dat het OMT “na discussie” adviseert om het voorstel van vertegenwoordigers van de ouderenzorg die week verder uit te werken en aan te vullen. En dat dat voorstel onder andere “adequate toepassing van persoonlijke beschermingsmiddelen” omvat in een “cohortsetting (een afdeling, vleugel of groter gedeelte van een verpleeghuis dat afgesloten wordt vanwege infectie, red.) als er een besmetting gemeld is”.

Twee betrokken OMT-leden zijn bereid hun mailarchief na te kijken. Daaruit blijkt dat zij het concept-advies dat het ministerie destijds ontving, zónder de toegevoegde gele zin van de ambtenaar, nooit hebben ontvangen. Zij kregen alleen het advies dat ook uiteindelijk gepubliceerd is, mét de door de ambtenaar toegevoegde gele zin, inclusief spelfout.

De spelfout

Maar als we verder lezen in de notulen, zien we daarin plotseling toch óók de zin staan die de VWS-ambtenaar heeft opgesteld. Inclusief spelfout. “Het uit voorzorg gebruiken van PBM bij patiënten die geen (verdenking op) COVID-19 hebben is niet nodig en gelet op de aanhoudende schaarste aan BPM ook niet gewenst”, staat in de notulen die OMT-leden pas enkele dagen na de publicatie van het advies ontvingen. De zin die een ambtenaar op de avond van 14 april om 21.59 uur had opgesteld, staat dus in de notulen van de vertrouwelijke OMT-bijeenkomst die 12 uur eerder die dag had plaatsgevonden, en waar de desbetreffende ambtenaar niet bij aanwezig was, noch een rol in mag hebben.

Hoe is dit mogelijk? Het ministerie was immers mondeling op de hoogte gebracht van wat was besproken in het OMT, en laat op vragen hierover expliciet weten geen toegang te hebben tot de vertrouwelijke OMT-notulen, ook niet die van 14 april. Is in deze mondelinge briefing door het RIVM exact deze zin doorgegeven, inclusief spelfout, die een ambtenaar vervolgens heeft onthouden, opnieuw inclusief spelfout, en ‘s avonds besloot toe te willen voegen aan het concept-advies? Die kans lijkt klein.

Een andere conclusie zou kunnen zijn dat het RIVM-secretariaat, dan wel Van Dissel zelf of een andere betrokkene met toegang tot de stukken, de zin van de ambtenaar achteraf heeft toegevoegd aan de OMT-notulen. Op die manier kunnen de OMT-leden dus ook niet meer controleren wat er daadwerkelijk is afgesproken.

Druk vanuit ministerie

Het RIVM wil niet ingaan op vragen van Nieuwsuur over deze kwestie, want zegt geen uitspraken te doen over vertrouwelijke stukken. En de notulen van OMT-vergaderingen zijn geheim – ze maken ook geen onderdeel uit van de wobstukken.

Wat gebeurde er ná deze bijeenkomst van 14 april met het voorstel van de specialisten ouderengeneeskunde, waarin een ruimhartiger gebruik van mondmaskers in de ouderenzorg werd voorgesteld? Uit gesprekken die Nieuwsuur voerde blijkt dat het de voorstanders niet lukte om dat plan doorgang te doen vinden. Betrokkenen zeggen dat zij daarbij druk ervoeren vanuit het ministerie.

Wel begint de Tweede Kamer in die periode vragen te stellen. De NOS bericht eind april over een “urgent getoonzet stuk” van specialisten ouderenzorg onder wie hoogleraren Hertogh en Buurman, dat was besproken in het OMT. Maar de NOS publiceert het stuk zelf niet. De Tweede Kamer vraagt het ministerie vervolgens om Bianca Buurman af te vaardigen voor de technische briefing, maar dat houdt Hugo de Jonge tegen. Hij noemt dat “niet opportuun”, omdat zij nog bezig zou zijn met verder onderzoek.

Ook verzoekt de Kamer het ministerie om de notitie van Buurman en haar collega’s specialisten ouderenzorg. Maar dat wijst De Jonge eveneens af. Hij schrijft de Kamer dat het stuk van Buurman onder de vertrouwelijkheid van het OMT valt, en dat “navraag” hem “leerde” dat het “nooit de bedoeling” van de opstellers was geweest dat het stuk “buiten de kring van het OMT bekendgemaakt zou worden”.

Maar dit klopt niet, blijkt als wij zelf navraag doen bij de opstellers, Cees Hertogh en Bianca Buurman. Het ministerie heeft ze nooit gevraagd of de Kamer het mocht hebben, en de hoogleraren hebben daar dus ook nooit negatief op geantwoord. “Aan mij is nooit de vraag gesteld of het openbaar mocht worden”, zegt Buurman, die inmiddels voorzitter is van de Vereniging Verpleegkundigen & Verzorgenden (V&VN). “Wat mij betreft had het gemogen.”

Op 11 mei nodigt de Kamer Buurman alsnog uit, bij een rondetafelgesprek. Maar de eerste golf is dan al grotendeels geluwd.

Uiteindelijk zal het OMT pas in de zomer van 2020 adviseren om alsnog preventief mondmaskers in de ouderenzorg te adviseren.

Bron: nos.nl