‘Gemeenten kijken in het geheim mee met burgers op sociale media’

0
110

Nederlandse gemeenten kijken op grote schaal mee met burgers op sociale media, meldt de Volkskrant op basis van onderzoek van de NHL Stenden Hogeschool en de Rijksuniversiteit Groningen. Ongeveer een op de zes gemeenten gebruikt daarvoor ook nepaccounts, terwijl alleen de politie en inlichtingendiensten die methode mogen inzetten. Het onderzoek is gebaseerd op een ingevulde vragenlijst van 156 van de 352 gemeenten in Nederland.

Volgens de Volkskrant houden zij onder meer Facebookgroepen en Twitterprofielen in de gaten om zicht te krijgen op bijvoorbeeld demonstraties en mogelijke rellen. Ook zouden ze bijstandsfraude opsporen door op Marktplaats naar bijverdiensten te zoeken en gebruiken ze sociale media om de vluchtverhalen van asielzoekers te controleren. In enkele gevallen worden gemeenteambtenaren onder een valse naam lid van besloten Facebookgroepen.

Een aantal gemeenten zou de verzamelde gegevens opslaan in dossiers. Bij zeker 23 gemeenten gebeurt dat geautomatiseerd, staat in het onderzoek. Volgens de Volkskrant verhoogt dat het risico op privacy-schending.

Regels en procedures

Uit het onderzoek zou blijken dat veel ambtenaren niet weten welke regels en procedures gelden voor online monitoring. Het online speuren onder nepnamen, het opslaan van persoonlijke gegevens en het binnendringen van besloten groepen zijn een ernstige inbreuk op rechten van burgers, vindt Bart Custers, hoogleraar Law and Data Science van de Universiteit Leiden. “Het is simpelweg verboden”, zegt hij tegen de Volkskrant. “Gemeenten mogen niet voor politie of inlichtingendienst gaan spelen.”

Hoogleraar computerbeveiliging Bart Jacobs van de Radboud Universiteit snapt wel dat gemeenten “willen weten waar bijvoorbeeld hooligans samenkomen”. Volgens hem kan online monitoring handig zijn als gemeenten zich aan de regels houden. “Denk aan een Twitteraccount waarvan duidelijk is dat het alleen algemene trends volgt.”

De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) zegt in een reactie tegen de Volkskrant dat ze op dit moment nog geen eenduidig beeld heeft van online monitoring. “We zijn bezig met een inventarisering. Dit onderzoek kan daarbij helpen.” Verder wil de woordvoerder nog niet inhoudelijk op de kwestie ingaan.

Bron: nos.nl