Gedeeltelijke heropening ‘tegenvaller’ voor hoger onderwijs, opluchting elders

0
340

Het besluit om slechts een deel van het onderwijs per 10 januari te heropenen, leidt tot gemengde reacties in het vakgebied. Organisaties in het mbo en hoger onderwijs spreken van een tegenslag, terwijl vakbonden in het basis- en voortgezet onderwijs blij zijn dat er weer meer mag. Toch bestaan er bij die laatste groep ook zorgen.

Onderwijsminister Arie Slob maakte vandaag bekend dat studenten aan universiteiten, hogescholen en het middelbaar beroepsonderwijs voorlopig nog digitaal onderwijs moeten volgen. “Helaas heeft het kabinet na advies van het OMT moeten besluiten dat het nog niet verantwoord is. Dit is natuurlijk opnieuw een tegenslag voor onze medewerkers en studenten”, zegt voorzitter Pieter Duisenberg van Universiteiten van Nederland.

Koepelorganisatie Vereniging Hogescholen toont begrip voor het besluit, maar spreekt tegelijkertijd van een tegenvaller. “We maken ons zorgen over de ingrijpende gevolgen van thuiszitten voor de jongere generaties”, zegt voorzitter Maurice Limmen.

Ouders, kinderen en leraren zijn blij dat het basis- en voortgezet onderwijs vanaf 10 januari weer open mag. Studenten reageren daarentegen teleurgesteld op het nieuws:

Op 14 januari wordt het besluit opnieuw onder de loep genomen. Tot die tijd kunnen tentamens fysiek doorgaan en blijven practica en laboratoriumwerk mogelijk. Daarnaast blijven de universiteitsbibliotheken open, maar zijn wel maximaal 75 studenten per ruimte welkom.

Volgens de MBO Raad is het vooral van belang dat er voor mbo’ers snel duidelijkheid komt. Mocht er worden besloten op 14 januari om het onderwijs weer helemaal te openen, dan moet scholen de optie worden gegeven om nog een tijdje online verder te gaan, zegt de raad tegen persbureau ANP. “Bijvoorbeeld tot het einde van een lesperiode. Zo bewaren we de meeste rust voor de studenten.”

Studentenbond: om moedeloos van te worden

Ondanks dat er over de periode na 14 januari nog niets is besloten, maken studentenvakbonden zich zorgen. Zo vindt het Interstedelijk Studenten Overleg (ISO) het dichthouden van het hoger onderwijs iets om “moedeloos van te worden”. De organisatie stelt dat studenten mentaal lijden onder de sluitingen. Ook de Landelijke Studentenvakbond (LSVb) hamert op de emotionele schade van de lockdowns. “Dit betekent weer een periode van eenzaamheid, depressieve klachten en concentratieproblemen, zonder duidelijk eindpunt.”

Demissionair minister Slob meldt dat vanaf 10 januari het basis- en voortgezet onderwijs weer opengaat, met alle maatregelen die voor de sluiting ook van kracht waren:

Positievere geluiden klinken er vanmiddag vanuit het primair en voortgezet onderwijs. Die scholen mogen open, onder dezelfde beperkingen die voor de lockdown ook golden. Het preventief zelftesten vanaf groep 6 is volgens minister Slob daarbij cruciaal.

Toch is er vanuit het basis- en voortgezet onderwijs ook kritiek. Vakbonden als CNV en AOb pleiten voor aanvullende maatregelen, om een nieuwe schoolsluiting in de toekomst te voorkomen. De bonden vinden dat een langetermijnvisie ontbreekt.

‘Te weinig aandacht voor achterstanden’

CNV Onderwijs bijvoorbeeld maakt zich zorgen over de leerlingen die inmiddels drie keer corona-onderwijs hebben gevolgd. De bond krijgt uit het voortgezet onderwijs signalen dat die groep kampt met achterstanden. CNV vreest dan ook dat in de toekomst veel van die leerlingen zullen blijven zitten, maar vindt dat dat in de politiek te veel onderbelicht blijft.

Een optie is volgens CNV om een deel van de leerlingen langer op school te houden, zodat zij niet met te weinig kennis van de middelbare school gaan. Maar dat brengt volgens de vakbond wel weer andere kopzorgen met zich mee. Als leerlingen door het corona-onderwijs langer in het schoolsysteem blijven hangen, zijn er bijvoorbeeld meer leerkrachten nodig.

Ook AOb pleit voor aanpassingen aan het beleid. De bond wil dat onderwijspersoneel met voorrang een boosterprik kan krijgen en constateert dat de ventilatie op veel scholen nog altijd niet in orde is. “Er zijn leerkrachten die zelf een CO2-meter naar school nemen”, zegt AOb-voorzitter Tamar van Gelder. “Het moet echt strakker georganiseerd worden.”

Bron: nos.nl