Een jaar na watersnood: wat als het nu weer zo hard zou regenen?

0
21

“Niets zo veranderlijk als het weer”. Deze typisch Nederlandse uitspraak gaat deze week misschien wel nog een beetje extra op. Terwijl waterschappen voorbereidingen treffen voor droogte en weerdeskundigen zich buigen over de vraag of we volgende week de 40 graden aantikken, was het weerbeeld vorig jaar compleet anders.

Toen werden Limburg en delen van Duitsland en België getroffen door extreme regenval. Op sommige plaatsen viel in twee dagen meer dan 250 millimeter regen. Rivieren en beken overstroomden. In België en Duitsland vielen meer dan 200 doden.

Precies een jaar later staan mensen in de getroffen gebieden stil bij de gebeurtenissen, met onder meer een lampionnenoptocht vanavond in Valkenburg.

Hoe het water huishield in Limburg en in Duitsland hele dorpen wegvaagde, zie je in deze video:

Het waren de grootste overstromingen in Limburg in tientallen jaren. Wat als het nu – een jaar later – in hetzelfde gebied net zo hard zou regenen? Zouden de gevolgen dan hetzelfde zijn, of is er iets veranderd? En zijn er plannen om overstromingen van deze aard te voorkomen?

Allemaal vragen over zogenoemde waterveiligheid. In Nederland zijn waterschappen daarmee bezig. Bij het waterschap in Limburg heeft Josette van Wersch het in haar portefeuille. Ze heeft door de wateroverlast een druk jaar achter de rug.

“Na de watercrisis had alleen het waterschap al op ongeveer 650 locaties schade. We hebben hard gewerkt om die te herstellen en dat is bijna overal gelukt.” Volgens Van Wersch is Limburg daarmee weer klaar om nieuwe buien op te vangen. Maar het eerlijke verhaal is, zo erkent ook het waterschap, dat het Limburgse waternetwerk niet opeens meer water aankan dan vorig jaar juli.

Onder meer Valkenburg kreeg toen te maken met wateroverlast:

Mocht het dus weer zoveel regenen in korte tijd, dan zullen de gevolgen waarschijnlijk niet veel anders zijn dan vorig jaar. Uit eerste onderzoeken blijkt dat dergelijke wateroverlast wel te voorkomen is, legt Van Wersch uit, “maar de maatregelen die daarvoor nodig zijn onrealistisch en onuitvoerbaar”.

Ze doelt op een studie van Deltares. Het instituut berekende dat er een wateropvang van ongeveer 1400 voetbalvelden nodig zou zijn, wil Zuid-Limburg het water tijdens hevige regenval goed kunnen opvangen. Daarnaast zou het centrum van Valkenburg – waar de rivier de Geul vorig jaar buiten de oevers trad – volgebouwd moeten worden met metershoge kademuren.

“Dat kan natuurlijk niet”, zegt Van Wersch, “en bovendien hebben we die ruimte ook niet. Dus moeten we naar andere maatregelen op zoek”.

Het Waterschap Limburg werkt wel aan een beter alarmeringssysteem, zegt Van Wersch. Begin volgend jaar moet dat klaar zijn. Ook is een app van het waterschap uitgebreid, waarin de verwachte waterstanden te zien zijn. “We horen van inwoners dat ze eerder gewaarschuwd willen worden, om bijvoorbeeld meubels of dieren hoger te kunnen zetten. Daar werken we aan”.

Op de korte termijn kijkt het waterschap ook naar locaties waar zandzakken en schotten nuttig kunnen zijn. “In deze fase is het dus nog vooral het beperken van de schade, mocht er weer zoveel water komen.”

Buurlanden aan de bak

Voorlopig geen Deltwerken-achtige constructies dus om water vast te houden, of tunnels om het water juist sneller door woonkernen te leiden. “Eind van het jaar komt er een onderzoek uit naar het gehele waternetwerk in Limburg. Pas dan kunnen we structureel aangeven wat er moet gebeuren”, aldus Van Wersch.

Daarvoor is hoe dan ook de hulp van België en Duitsland nodig, waarschuwt Van Wersch, omdat het water daar voor het overgrote deel vandaan komt. De samenwerking met Duitsland gaat goed, aldus de bestuurder, omdat ze daar ook waterschappen hebben. “Maar in België is het wel ingewikkeld. Want de thema’s liggen daar op drie of vier verschillende tafels.”

Vooral de zuiderburen moeten dus aan de bak, vindt Van Wersch. “Daar moeten echt maatregelen worden genomen, want het grootste deel van het water vorig jaar in het Limburgse Heuvelland kwam uit België.”

Bron: nos.nl