De lessen van deze pandemie, voor de volgende pandemie

0
204

Europa lijkt onderweg naar het einde van de pandemie, zegt de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO). Hoe gaan we daarna om met corona? Eind januari presenteert het kabinet een langetermijnstrategie. Nieuwsuur neemt alvast een voorschot.

We spreken met tien experts uit verschillende sectoren over het (mogelijke) einde van corona en de lessen voor de volgende pandemie.

We vroegen hen naar drie onderwerpen: wat zijn de meest aannemelijke scenario’s voor de ontwikkeling van het virus, hoe moeten we de zorg anders inrichten en hoe de maatschappij en het beleid?

Dat we snel van corona af zijn, of dat we er überhaupt van afkomen, is nog lang niet zeker.

Vijf scenario’s ontwikkelde de Wetenschappelijke Raad voor Regeringsbeleid (WRR) samen met de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW). Van scenario 1, ‘terug naar normaal’, tot nummer 5, het worstcasescenario. “We zitten nu tussen 3 en 4 in”, zegt André Knottnerus, een van de hoofdauteurs van de studie.

In scenario 3 is er sprake van ‘externe dreiging’: het virus is in eigen land onder controle maar op andere plekken in de wereld ontstaan mutaties. Scenario 4 spreekt van een ‘continue strijd’ waarbij vaccins maar tijdelijk werken en nieuwe varianten beter bestand zijn tegen de vaccins.

“We zien dat de immuniteit telkens een beetje afkalft”, zegt zorgeconoom David Ikkersheim. “Het scenario van die permanente strijd met het virus lijkt nu dus het meest waarschijnlijk.” In dit scenario 4 heeft het immuunsysteem van de bevolking telkens een oppepper nodig en is er daarom een permanente campagne om mensen te laten vaccineren. “Dan is er niet alleen een vaccin nodig dat beschermt tegen ziek worden, maar ook tegen het overbrengen van het virus. Dat heet steriliserende immuniteit waarmee je met een muur van gevaccineerden de verspreiding van het virus stopt.” Maar zo’n vaccin is er nog niet.

‘Nog geen griep+’

Het updaten van de vaccins zodat ze beter werken tegen nieuwe varianten komt inmiddels wel op gang, ziet hoogleraar virologie Marion Koopmans. “Dat wordt waarschijnlijk een risicogroepvaccin, voor de echt kwetsbaren. Laten we die groep nog eens extra vaccineren.”

Volgens Koopmans bevinden we ons ergens op het pad van pandemie naar endemie, waarin corona een gewoon luchtwegvirus is geworden. “De impact wordt kleiner en minder mensen worden ziek, dus we zitten wel echt in een andere fase.” Toch is alertheid nog gewenst. “We moeten wat slagen om de arm houden. Het zou me niet verbazen als er nog een golf of twee, drie komen”.

Het tweede scenario van de WRR/KNAW is het ‘griep+’-scenario, waarin corona alleen in de winter opleeft. “Als je daar bent, ben je een heel eind”, zegt Knottnerus. “Maar ik zou niet durven zeggen dat we in het najaar al in griep+ zitten. Dat zou best nog een à twee jaar kunnen duren.”

Ook Henk Bekedam, oud-WHO-gezant in China en India, wijst erop dat we er nog niet zijn. “Een van de redenen is dat de vaccinatiegraad in andere delen van de wereld laag is. En als we het wereldwijd niet goed aanpakken, komt er zeker een nieuwe variant. Ik neem het Westen niet kwalijk dat ze een booster willen, maar het is wel kwalijk dat sommige landen nog niet eens een eerste prik hebben gehad. Dat is een kwestie van solidariteit, maar het is ook eigenbelang.”

Het bleek een succes tijdens de coronacrisis: coronapatiënten niet opnemen in het ziekenhuis, maar zuurstof meegeven en ze thuis monitoren via een app. Dit gebeurde in verschillende ziekenhuizen in Nederland en scheelde duizenden ligdagen en verpleegdiensten. Hoogleraar Daan Dohmen, een van de oprichters van de app, gelooft niet dat álle zorg virtueel moet. “Maar door patiënten bij wie het kan virtueel te begeleiden, maak je plaats voor patiënten die ziekenhuiszorg écht nodig hebben.”

Thuismonitoring, is dus de les, kan helpen voorkomen dat de zorg in toekomstige golven en toekomstige pandemieën overbelast raakt. En: ook chronische ziektes als hartaandoeningen kunnen thuis worden behandeld. Dohmen: “Als je naar de vergrijzing kijkt, is dat hoognodig.”

Nog een coronales: ziekenhuizen kunnen heel flexibel zijn als dat moet. Door de pandemie werd bijvoorbeeld het Albert Schweitzer ziekenhuis gedwongen dagelijks vraag en aanbod van patiënten en personeel op elkaar afstemmen. “Voor corona planden we weken tot maanden vooruit”, vertelt bestuursvoorzitter Peter van der Meer.

Via een harmonicamodel kan de covidzorg nu, als de patiëntenaantallen plots toenemen, snel worden uitgeschoven en de reguliere zorg afgeschaald, en andersom. Van der Meer: “Het kan nu dus zo zijn dat een patiënt ineens wordt opgeroepen om morgen geopereerd te worden. We bleken veel flexibeler en wendbaarder te zijn dan we dachten.”

‘Systemen schoten tekort’

Maar ons zorgstelsel moet ook nog veel bijleren. Henk Bekedam maakte als WHO-gezant de SARS-uitbraak in China mee en later het eerste coronajaar in India. Hij zag dat Aziatische landen het virus eerder in de smiezen kregen vanwege een beter surveillancesysteem.

Hij vindt dat we dat systeem in Nederland ook zouden moeten hebben. “Als je een stijging van het aantal longontstekingen constateert, is dat een signaal dat er misschien iets aan de hand is. Daarvoor moeten alle data van alle zorginstellingen bij elkaar komen en in Nederland gebeurt dat niet voldoende.”

Ook werkte de marktwerking in de zorg tijdens de coronapandemie niet goed, vindt Bekedam. “Het systeem is te efficiënt geworden. Daardoor was er te weinig buffercapaciteit om de eerste klappen op te vangen. België is om twee redenen niet in lockdown gegaan: ze zijn eerder met boosteren begonnen en ze hebben meer IC-capaciteit. Is dat dan geen geweldige investering?”

Maar er is nog een belangrijke stap vóór het ziekenhuis: preventie. “Een gezonde samenleving is beter voorbereid op een pandemie”, zegt gezondheidseconoom Jochen Mierau.

Hij wijst erop dat de volgende pandemie al onder ons is: obesitas. En ook de vergrijzing legt steeds meer druk op het zorgstelsel. “De overheid moet nu net zo hard als met klimaatdoelen streefwaarden stellen voor de volksgezondheid”, zegt hij dan ook.

Over één ding zijn de meeste experts het eens: bij een volgende pandemie moet het Outbreak Management Team (OMT), de belangrijkste infectieziekte-adviseurs van het kabinet, breder worden opgezet. “Bij een volgende crisis moet je niet alleen medisch, maar ook economisch, maatschappelijk en sociaal kijken”, zegt Jet Bussemaker, voorzitter van de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving.

Bussemaker pleit voor een sociale R-waarde die naast het medische R-getal (dat aangeeft hoe snel een virus verspreidt) bestaat. “Dat geeft aan hoe het gaat met de mentale gezondheid, onderwijsachterstanden of bestaansonzekerheid en dwingt je om een bredere waarde- en kennisafweging te maken.”

‘Leer van het verleden’

Wat medisch historicus Rina Knoeff betreft moet de blik van beleidsmakers nog breder. Zij vindt het een fout dat er niet naar de geschiedenis is gekeken. Ze wijst erop dat we duizenden jaren ervaring hebben met pandemieën. Alle maatregelen, zoals handen wassen, grenzen sluiten en quarantaine, zijn al eens genomen. “De pest is anders dan cholera of de pokken, maar mensen reageren op dezelfde manier. Als je die patronen kunt identificeren, kun je ook iets zeggen over de toekomst.”

Het verleden laat bijvoorbeeld zien dat het voor mensen met lage inkomens het moeilijkst is om de maatregelen vol te houden. Knoeff: “De overheid had eerder kunnen investeren in hulp aan mensen voor wie de nood hoog was achter de voordeur.”

Ook helpt het om de crisis lokaal aan te pakken in plaats vanuit Den Haag, meent Knoeff. “De overheid had meer oog moeten hebben voor lokaal bestuur en kerken, buurthuizen en sportcentra. Daar werken allemaal mensen die weten waar de noden zitten.”

Hard uithalen naar mensen die tegen de maatregelen protesteren heeft geen zin, zegt ze. Sterker nog, de overheid heeft zelfs een vergissing gemaakt met de coronapas en het “verbale geweld” dat daarbij kwam kijken, volgens Arjen Boin, hoogleraar Publieke Instituties en Openbaar Bestuur. “We hebben een minister gehad die met de vinger zwaaide en zei: het komt door de ongevaccineerden. Het is niet handig om in een crisis zondebokken aan te wijzen.”

Door dat vingerwijzen zijn sommige mensen het vertrouwen in de overheid kwijtgeraakt, vreest Boin. “Dat gaat bij een volgende pandemie echt moeilijk worden.”

Dieren

Dan is er nog de olifant in de kamer, of eigenlijk de vleermuis. “Een virus dat van dieren naar mensen gaat, dat is een scenario waarvan we verwachten dat het vaker gaat gebeuren”, zegt Marion Koopmans. Het Erasmus MC ziekenhuis probeert daarom alle kennis over pandemische paraatheid samen met de TU Delft te bundelen in het Pandemic & Disaster Preparedness Center.

Paraatheid en voorbereiding kunnen het verschil maken, daar hameren alle deskundigen op. Maar dat hoeft niet per se voorbereiding te zijn op een volgende gezondheidscrisis; misschien is de volgende pandemie wel iets waarvan we het bestaan nog helemaal niet kennen.

Bron: nos.nl