‘De jeugdzorg is ziek’, en in Lelystad proberen ze daar wat aan te doen

0
63

Vanaf maandag mogen we stemmen voor de gemeenteraadsverkiezingen. Met de oorlog in Oekraïne lijken lokale kwesties even ver weg, maar gemeenten gaan over grote onderwerpen die iedereen raken. Bovendien: ze krijgen er steeds meer taken bij.

De jeugdzorg bijvoorbeeld; een hoofdpijndossier voor de lokale politiek. Gemeenten zijn sinds 2015 verantwoordelijk voor jeugdzorg en krijgen hiervoor geld van de Rijksoverheid, maar dat is structureel te weinig.

Gemeenten zijn daardoor gedwongen flink te bezuinigen. En dat heeft een prijs.

Geen begeleider meer

“De jeugdzorg kostte veel te veel geld, we konden het niet binnen budget organiseren”, zegt Madelon van Noort, wethouder in Lelystad. Die gemeente besloot daarom in 2020 tot een andere koers. “We merkten ook dat het systeem niet meer goed was voor de kinderen zelf. Er waren kinderen die 12 jaar lang structureel naar therapieën gingen. Is dat echt goed voor het kind?”

Dankzij de veranderingen zijn de geldtekorten weggewerkt. Maar de wachtlijsten zijn niet verdwenen. En een deel van de kinderen valt nu buiten de boot, zegt de oppositie. “Kinderen raken tussen wal en schip”, zegt ChristenUnie-gemeenteraadslid Annemieke Messelink.

“Ze zouden hulp krijgen, maar hebben die nog altijd niet. Ze komen daardoor bijvoorbeeld thuis te zitten terwijl ze eerder wel naar school gingen. Dat is zorgwekkend.”

De 12-jarige Mark Bomhof, bijvoorbeeld, heeft ADHD en autisme. Hij functioneert niet in groepen en had voor acht uur in de week een individueel begeleider, Herman. Die komt nu niet meer. “We missen Herman heel erg, hij gaf een stuk rust in de week”, zegt Marks alleenstaande moeder Martine Bomhof. “Mark heeft naast mij iemand nodig die hem begrijpt en hem kan aansturen en waar hij van kan leren. En dat missen we nu.”

Ook Mark zelf baalt. “Herman hielp me heel erg”:

Mark is niet de enige die zijn hulp is kwijtgeraakt. In Lelystad zaten vroeger 1500 jongeren in de jeugdzorg, nu nog maar 700. Maar volgens wethouder Van Noort is dat niet per se een probleem. “Mensen zijn ook wel een klein beetje verwend. Er zijn ook echt mensen die zeggen: maar moet ik dan zelf voor mijn kind gaan zorgen? Dan zeg ik: nou in principe wel, ja. Als ouders heb je gezag en ben je verantwoordelijk. Jij hebt ervoor gekozen om een kind te krijgen. Dan ben je tot in het einde der dagen verantwoordelijk voor je kind.”

Bomhof is het niet met de wethouder eens. “Ik denk niet dat ouders te makkelijk naar hulp vragen. De meeste ouders willen het liefste zélf voor hun kind zorgen. Ik zal voor Mark vechten, ik zal er alles aan doen om hem te helpen. Maar ik heb ook hulp nodig. Als je dan met een hulpvraag naar de gemeente komt, wil je serieus genomen en geholpen worden.”

Veel andere ouders delen Bomhofs kritiek. Raadslid Messelink startte een meldpunt waar zij terecht kunnen met hun verhaal. “Ik denk dat sommige ouders wel zien dat er bezuinigd kán worden, maar dan moet je wel in gesprek gaan. Simpelweg de zorg halveren is niet de manier van bezuinigen die we voor ogen hebben. Het beleid slaat door naar: het moet vooral voor minder geld.”

Toch is de wethouder er nog van overtuigd dat het voor minder geld kan, zonder dat de zorg eronder lijdt. “Ik kan me heel erg voorstellen dat er ouders zijn die zeggen: voor mij werkt het niet, of voor mij is de wachtlijst lang. Maar als wethouder is het ook belangrijk om naar het grotere geheel te kijken en dat lijkt nu beter op orde.”

Voor welke kwesties ga jij deze week nog meer naar de stembus? We maakten daarover deze serie.

Bron: nos.nl