Bijeenkomsten voor Oekraïense en Russische studenten, maar wel apart van elkaar

0
47

Nederlandse hogescholen en universiteiten nemen verschillende initiatieven voor Oekraïense en Russische studenten, nu Rusland Oekraïne is binnengevallen. Zo zijn er bijeenkomsten waar studenten – in gescheiden groepen – vragen kunnen stellen. Ook kijken instellingen of ze betrokkenen financieel kunnen helpen.

De Technische Universiteit Eindhoven (TUe) heeft een noodfonds opgericht waar studenten en medewerkers uit Oekraïne en Rusland met financiële problemen een aanvraag voor kunnen doen.

Het is een “flexibele pot”, zegt een woordvoerder van de TUe. “Het is niet zo dat ineens het geld ‘op’ is. We willen ruimhartig zijn naar onze studenten en medewerkers, dus we willen flexibel omgaan met waar de behoefte en nood is.”

Ook wordt een ‘Oekraïnefonds’ van 100.000 euro opgezet, met donaties van oud-studenten uit het Universiteitsfonds. Dat is bedoeld voor extra ondersteuning voor de studenten en collega’s, zegt de woordvoerder. “Bijvoorbeeld omdat ze niet meer bij hun bankrekening kunnen of omdat ze geen geld meer kunnen ontvangen van hun familie daar. We hebben ook een centraal contactpunt ingericht voor iedereen die behoefte heeft om over de situatie te praten of hulp nodig heeft.”

Studentenpsychologen

Ook de Universiteit Maastricht heeft een noodfonds beschikbaar. Dat kan bijvoorbeeld worden gebruikt door Russische studenten die in betalingsproblemen komen vanwege de afsluiting van het internationale betalingssysteem Swift.

Verder heeft de universiteit studenten, inclusief die uit Belarus, gemaild dat ze praktische en psychologische hulp kunnen krijgen. “Studentenpsychologen zijn er vooral voor intakes en kortere trajecten, maar die weten wel goed de weg in Nederlandse hulpverlening en hulpverleningsinstanties”, zegt een woordvoerder.

In contact komen

Ook de Radboud Universiteit in Nijmegen wil er zijn voor de studenten. “Oekraïense studenten willen vooral heel erg graag met elkaar in contact komen. Ze kennen elkaar niet altijd, bij sommige opleidingen zit maar één Oekraïense student”, vertelt een woordvoerder.

Na de eerste dag van de invasie organiseerde de bètafaculteit een bijeenkomst. “Die zat hartstikke vol, de behoefte om iets met elkaar te doen is groot. We zijn nu bezig met een bijeenkomst voor álle Oekraïense studenten, dus niet alleen die van de bètafaculteit.”

Misinformatie geloven

Bij de Hanzehogeschool in Groningen ging de Oekraïense Anna (haar achternaam is bekend bij de redactie) deze week naar zo’n bijeenkomst. Ze studeert Internationale Communicatie en heeft veel contact met andere Oekraïense studenten in Nederland.

De bijeenkomst was aanvankelijk bedoeld voor zowel Oekraïense als Russische studenten. “Dat vond ik een beetje pijnlijk en het irriteerde me. Er zijn Russische studenten die ook demonstreren, maar andere geloven in de misinformatie en de Poetin-propaganda dat Oekraïners nazi’s zijn. Ik wil niet riskeren dat ik studenten tref die mij en mijn land haten.”

Na klachten van studenten besloot de school om om afzonderlijke bijeenkomsten te organiseren.

Anna kon er vragen stellen over onder meer financiën, maar heeft nog niet echt antwoord. “Ik hoop dat de Nederlandse overheid het collegegeld van volgend jaar kan kwijtschelden of verlagen.” Haar financiële situatie is onzeker nu de werkzaamheden van de bedrijven waar haar ouders werken zijn gestopt en haar vader geen salaris meer krijgt.

Maar dat is klein leed bij wat er in haar thuisland gebeurt. Anna demonstreerde in Amsterdam, Den Haag en Groningen tegen de invasie en doet wat ze kan om vanuit hier te helpen. Zo zet ze inzamelingsacties op en rapporteert ze Telegramgroepen die Russische propaganda verspreiden of informatie over waar Oekraïense strijders zich bevinden, zodat die groepen geblokkeerd kunnen worden.

Haar familie is het gelukt om na de eerste dag van de invasie vanuit Kiev naar het westen te gaan. “Fysiek raakt de oorlog me niet omdat ik hier in een veilig land ben, maar ik kan niet stoppen met erover te denken. Activisme helpt me om minder angstig te zijn en wat minder pijn te voelen.”

Bron: nos.nl